De overheden van Nederland en Australië starten gezamenlijk een procedure tegen Rusland bij de ICAO, de burgerluchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties.
Dit is de derde procedure die tegen Rusland wordt aangespannen na het neerhalen van vlucht MH17 in 2014. Bij de ramp op 17 juli 2014 kwamen alle 298 inzittenden om het leven, onder wie 196 Nederlanders en 27 Australiërs. Het toestel van Malaysia Airlines werd neergeschoten boven Oost-Oekraïne met een Buk-raket.
Procedure
In een brief aan de Tweede Kamer meldt het kabinet deze derde procedure in te gaan op basis van het Verdrag van Chicago. In 1944 is in dit verdrag vastgelegd dat landen moeten zorgen dat burgerluchtvaart veilig verloopt. Rusland zou dit, volgens het kabinet, geschonden hebben “door het onrechtmatig gebruik van een wapen tegen een burgerluchtvaartuig”.
Mark Harbers, minister van Infrastructuur en Waterstaat, zet in op de erkenning van de schuld van Rusland. “Daar hebben nabestaanden recht op.” Ook Wobke Hoekstra, de minister van Buitenlandse Zaken, is het daarmee eens. Het aansprakelijk stellen van Rusland is “wezenlijk”, vult hij aan, “omdat daarmee de schuldvraag komt vast te staan. En het opent de route naar schadevergoedingen.”
Geen geopolitieke zet
De Russische inval in Oekraïne die nu al meer dan twee weken duurt staat volgens het kabinet compleet los van het MH17-proces. In hun brief geven de ministers aan dat de voorbereiding van deze zaak tijd gekost heeft en dat de concrete stap naar de ICAO nu pas genomen kon worden.


Verschillend
VWO