Op Twitter (X) trof ik vandaag een verhaal aan over enkele Mexicaanse mannen, die in hun stad een eetkraampje runden. Op vakantie in New Delhi, India, zagen deze toeristen een lange rij mannen voor een voedselstalletje staan en besloten, uit nieuwsgierigheid, te gaan proeven wat ze hier verkochten. Het kwam hen duur te staan. Niet alleen zag het aangeboden eten eruit als diarree, na een paar happen waren ze al zo strontmisselijk, dat ze niet wisten waar ze het moesten zoeken. Uiteindelijk eindigde hun avontuur in het ziekenhuis. De beruchte “Delhi Belly” had hard toegeslagen!
Dit verhaal bracht me weer terug naar vroeger toen we met KLM een paar dagen overstonden in New Delhi. Een collega, die daar een paar maanden gestationeerd was, zei dat ze zich onmiddellijk thuis voelde zodra de vliegtuigdeur openging en ze de geur opsnoof. Dat was heel bijzonder want ik herinnerde me de geur van rozemarijn en lavendel in Athene, de zwoele wind uit de bergen van Beiroet, saté gemengd met de kruidnagelgeur van de kretek sigaretten in Jakarta, de zwavelgeur van de vulkaan Popocatépetl in Mexico, de zilte, vochtige lucht op Schiphol, maar in New Delhi… de geur van curry gemengd met shit! De shit van de heilige koeien die gedroogd wordt en daarna gebruikt als bouwstenen voor huizen. De uitwerpselen van mensen die overal in de velden en langs de straten worden gedropt. Shit hebben ze genoeg als je bedenkt dat er nu bijna anderhalf miljard mensen in India wonen plus honderden miljoenen heilige koeien. Een shitparadijs!
’s Ochtends vroeg bij zonsopgang toen we met de bemanning in de crewbus langs de velden reden op weg naar de stad, zagen we overal – boven de laaghangende nevel uit – de hoofden van gehurkte figuren steken. Vrouwen en kinderen in het ene veld en mannen in het andere. In de biografie over Gandhi heb ik gelezen dat hij vroeger al geprobeerd had de bevolking van India over te halen latrines (openbare toiletten) in hun dorpen te bouwen. Zo te zien was zijn project tevergeefs geweest… óf vergeten!
Toen ik eens (1985) in mijn comfortabele kamer van het Sheraton Hotel in New Delhi vroeg wakker was, keek ik door het raam naar buiten. Diep beneden mij zag ik een stoffige krottenwijk van provisorisch in elkaar geknutselde hutjes van lappen plastic, planken en golfplaten. Zou daar het bedienend personeel van het hotel wonen? Uit één daarvan kwam een man tevoorschijn die in de bosjes verdween, waar hij neer hurkte om zijn behoefte te doen. Toen hij daarmee klaar was veegde hij zijn handen aan zijn kleren af, liep naar een taxi, nam plaats achter het stuur en reed naar de hoofdingang van het hotel. Ik dacht aan het geld dat hij aanraakte en dat wij daarna als wisselgeld in onze handen kregen. Gelukkig had ik voor dergelijke biljetten en munten altijd een aparte portemonnee bij me en op de kamer een kraan om mijn handen grondig te kunnen wassen.
Later zat ik in het zonnetje bij het zwembad, een geurig kopje thee naast me met boven me de alom aanwezige krassende kraaien, die als lugubere lijkenpikkers in de lucht cirkelden. In de lokale krant las ik dat de riolering de toestroom van de miljoenen mensen die vanuit het platteland naar de stad kwamen, niet kon bijhouden. Een derde van de stad was nu aangesloten op het net, maar de rest… Bovendien nam het aantal inwoners van India sterk toe, omdat het gemiddelde aantal kinderen per vrouw 4,5 was (in 1985 was het aantal inwoners van India 780 miljoen). Ze zouden steeds verder gaan achterlopen. Deed iedereen het dan zoals de taxichauffeur van die morgen? En dan te bedenken dat ik zelf zo gezeurd had tegen de housekeeper dat het toilet op mijn kamer bleef doorlopen, omdat de knop was afgebroken. Tijdens mijn 36-uurs verblijf bleek het niet mogelijk te zijn ohem te repareren, dus sloot ik zelf het toevoerkraantje af als ik op de kamer was, zodat het irritante geluid van lopend water me niet zou wakker houden.
Helaas behoor ik tot het type mensen dat overgevoelig is voor de chaos in India en voor de hitte, stank, onbeschrijfelijke smerigheid, armoede, mensenmassa’s, opdringerige bedelaars en de geur van sommige kruiden in het voedsel.
Omdat ik een paar keer doodziek was geworden wist ik dat je toentertijd zelfs in een luxe hotel niet veilig was voor voedselvergiftiging, dus nam ik in mijn koffer brood, kaas, gekookte eieren, appels en bananen van huis mee en in een speciaal daarvoor gekochte waterkoker kookte ik water voor thee, koffie en bouillon. Zo kwam ik die paar dagen wel door. Gelukkig zou de volgende stop in Singapore zijn, waar we overal heerlijk en veilig zowel binnen als buiten de deur uit eten konden gaan.
Mij kregen ze niet meer. Delhi Belly? Never again.
Nu te bestellen: Transavia's Retro A321neo!🤩
Pre-order nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!



Verschillend
VWO