De Libanese luchtvaartautoriteit LCAA weert piepers en portofoons uit vliegtuigen. Het besluit volgt op een aanslag op Hezbolla met deze apparatuur.
Honderden pagers ontploften dinsdag 17 september in Libanon, op 18 september gevolgd door portofoons. Deze gebeurtenissen leidden tot minstens 37 doden en ongeveer 3000 gewonden. Onderzoek van de New York Times suggereert dat dit een actie was van de Israëlische inlichtingendienst Mossad tegen Hezbollah. Israël heeft echter niet officieel verantwoordelijkheid voor de aanval opgeëist. De Libanese luchtvaartautoriteiten hebben inmiddels besloten de apparaten te weren uit vliegtuigen.
De vraag blijft of een pager ook aan boord van een vliegtuig had kunnen exploderen. Technisch gezien lijkt dat mogelijk. De apparaten, waarmee korte berichten worden verzonden en piepjes worden uitgezonden, werken via radiofrequenties. Hierdoor zijn ze goed bereikbaar en niet afhankelijk van hiaten in het mobiele netwerk. Precies dat is de reden dat ze nog steeds worden gebruikt door brandweer, hulpdiensten en ziekenhuizen. Daarnaast zijn ze moeilijk te traceren, wat de reden was dat Hezbollah voor deze verouderde technologie koos.
Risico
Het blijft nog onduidelijk hoe gericht de pagers tot ontploffing werden gebracht. In ieder geval beschouwt de Libanese luchtvaartautoriteit LCAA het als een potentiële dreiging. Sinds donderdag 19 september verbood zij het meenemen van pagers en portofoons aan boord van vliegtuigen. Ook het transport van deze apparaten als vracht via de lucht werd verboden. In hoeverre pagers met explosieven De gevolgen van een explosie aan boord hangen af van veel factoren, met name van de kracht van de explosie en waar deze plaatsvindt. Volgens de New York Times werden de pagers uitgerust met ongeveer 25 tot 50 gram explosieven. Ter vergelijking: bij de Lockerbie-aanslag in 1988 werd een Boeing 747-100 van Pan Am door een explosie neergehaald. Hierbij werd naar schatting 340 tot 450 gram plastic explosieven gebruikt in een koffer in het vrachtruim.



Verschillend