De gemiddelde vluchtduur van Air France-vluchten naar Centraal-Afrika is de afgelopen maanden fors toegenomen, meldt Aerotelegraph. De luchtvaartmaatschappij mag meerdere Afrikaanse luchtruimen niet meer kruisen en moet daardoor grote omwegen maken.
Zo duurt een vlucht van Parijs naar Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek, tegenwoordig tussen de acht en tien uur. Ter vergelijking: een route met een vergelijkbare afstand, zoals die naar Doha, wordt in ruim zes uur afgelegd. Waar Air France vroeger rechtstreeks over Algerije en Niger vloog, gaat de route naar Bangui nu via Spanje en Marokko, om daarna oostwaarts te draaien richting Centraal-Afrika.
De Franse maatschappij mag sinds twee jaar ook niet meer over Niger vliegen, nadat daar een militaire junta de macht greep en de banden met Frankrijk verslechterden. Ook de luchtruimen van Algerije en Mali zijn verboden terrein door een diplomatieke crisis tussen beide landen. Vliegtuigen die over het ene land vliegen, mogen het andere niet meer binnen. Vluchten over Libië en Tsjaad zijn evenmin een optie. Libië wordt door de EASA als onveilig beschouwd, en Tsjaad wordt door veel maatschappijen gemeden vanwege veiligheidsrisico’s.
Nadelig
De omwegen hebben grote gevolgen voor Air France. De langere routes betekenen meer brandstofverbruik, tijdverlies en hogere kosten. Concurrenten als Brussels Airlines en Lufthansa mogen wél over de meeste van de genoemde landen vliegen en profiteren daardoor van een aanzienlijke voorsprong op de Franse airline.



Verschillend
VWO