Een Franse militair, op uitzending in Roemenië, raakt gewond. Hij heeft een complexe beenbreuk en moet eigenlijk geopereerd worden, maar ter plekke is dat niet mogelijk. Een vliegtuig vanuit Frankrijk naar Roemenië sturen voor een evacuatievlucht is kostbaar en pas over enkele dagen beschikbaar. Wat nu?
Twintig jaar geleden zou dit een ingewikkeld vraagstuk zijn geweest. Tegenwoordig werken zeven Europese landen samen in het AECC (Aeromedical Evacuation Control Centre) bij het coördineren van dit soort evacuatievluchten met ‘vliegende ambulances’. Het AECC bevindt zich op de vliegbasis Eindhoven en is onderdeel van het EATC (European Air Transport Command). Luitenant-kolonel Martin Gascón is plaatsvervangend commandant van het AECC, Up in the Sky sprak met hem voor een exclusief interview.

Het EATC-hoofdkwartier is gevestigd in een gebouw op de vliegbasis Eindhoven. De zeven partnerlanden (naast Nederland zijn dat België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Spanje) werken intensief samen op het gebied van militair luchttransport. Dankzij intensieve samenwerking en coördinatie kunnen de partners efficiënt gebruik maken van elkaars transportcapaciteit. Het AECC is onderdeel van het EATC en coördineert de aanvragen voor ‘strategic aeromedical evacuation’.
Tradities
We spreken lt.kol Gascón op de ochtend van 5 december. Gascón is arts bij de Spaanse luchtmacht en woont ongeveer 6 jaar in Nederland. Hoewel hij veel samenwerkt met Europese collega’s, is hij al gewend aan Nederlandse tradities: ‘Deze week mochten we weer een schoen bij de deur van onze kamer zetten. De volgende ochtend zat er een cadeautje in. Ik ben het inmiddels gewend, maar voor sommige van mijn niet-Nederlandse collega’s is dit toch wel wennen!’, vertelt Gascón met een glimlach. Gascón is opgeleid als chirurg en is voor de Spaanse defensie een aantal keren uitgezonden geweest, onder meer naar Afghanistan. Sinds 2019 is hij gedetacheerd bij het EATC in Eindhoven.

Evacuatievluchten
‘De hoofdtaak van het AECC is het coördineren van alle strategische medische evacuatievluchten (strategic aeromedical evacuation, StratAE) die plaats vinden onder de vlag van het EATC.’ Strategische evacuatievluchten zijn doorgaans vluchten over grotere afstand, vaak internationaal. Denk aan repatriëringsvluchten, en dus niet om vervoer van gewonden vanaf het slagveld. Gascón vervolgt: ‘Ons doel is het plannen en organiseren van de vliegmedische evacuaties. We passen deze evacuatie-aanvragen zoveel mogelijk op geplande operationele vluchten van de EATC-transportvliegtuigen’.
Net als moederorganisatie EATC, heeft het AECC geen “eigen” toestellen die kunnen fungeren als vliegende ambulances. De zeven partnerlanden stellen (een deel van) hun transporttoestellen ter beschikking aan het EATC. Het EATC heeft operationele controle over ongeveer 180 transportvliegtuigen. Als het nodig is kunnen nog meer vliegtuigen beschikbaar worden gesteld via een “Transfer of Authority”. Andersom kunnen partnerlanden ook vliegtuigen onttrekken aan het EATC, mocht het betreffende land deze zelf nodig hebben voor een inzet.

Het team van AECC is niet bijzonder groot. Van de ruim 200 medewerkers bij het EATC, vallen er elf onder het AECC: ‘Naast de commandant en plaatsvervangend commandant hebben we vijf vliegerartsen en vier verpleegkundigen. Zoals te verwachten bij het EATC zijn we een behoorlijk internationaal gezelschap; de commandant is Duits, zijn plaatsvervanger is Spaans [dat is Martin Gascón zelf, LvdB], de overige teamleden zijn afkomstig uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland.’
Evacuatievlucht of routinevlucht
Hoe verloopt de aanvraag voor patiëntentransport en de daadwerkelijke evacuatievlucht nu precies? Gascón: ‘Het proces begint met een PMR, een “Patient Movement Request”. Dit document van vijf pagina’s bevat medische en niet-medische gegevens over de patiënt, maar ook het vliegveld van vertrek en beoogde bestemming. Als een PMR bij ons binnenkomt, beoordelen we dit en checken we de beschikbaarheid van een vlucht, medisch personeel en medische apparatuur. Met name als de patiënt niet meekan met een routinevlucht, moeten we de keuze van vliegtuig en de verdere details goed afstemmen met het EATC.’

‘Uiteraard beoordelen we ook de medische conditie van de patiënt en of het verantwoord is om de patiënt met een reguliere vlucht te vervoeren. Soms gebeurt het dus dat we niet aan de aanvraag kunnen voldoen. We doen altijd onze uiterste best om het voor elkaar te krijgen, maar als er geen vliegtuig beschikbaar is binnen de operationele verantwoordelijkheid van het EATC, houdt het toch op. In dat geval geven we een “Aeromedical Evacuation Statement” af met een medisch advies, en krijgt het aanvragende land verantwoordelijkheid terug.’
‘Bij een aanvraag kan een land voorstellen om de patiënt met een bepaalde routinevlucht mee te sturen, of juist met een aparte “dedicated” evacuatievlucht. Als zo’n vlucht beschikbaar en passend is, zullen we dat voorstel accepteren. Voor een gebroken arm gaan we natuurlijk geen A330 apart laten vliegen. Maar soms is moeilijker om op afstand een inschatting te maken wat verantwoord is. Als iemand moet worden geëvacueerd vanwege een doorgemaakte epileptische aanval, is medische begeleiding tijdens de vlucht toch vaak zinvol.’
Luxemburg en vliegende ambulances
Duitsland, Luxemburg en het Europese samenwerkingsverband MMU stellen speciaal uitgeruste toestellen beschikbaar aan het AECC. Zo staat er in Keulen een A330 MRTT van de MMU en op Wunstorf een A400M van de Duitse luchtmacht klaar. Gascón licht toe: ‘De A330 kan binnen 24 uur gereed staan, de A400M binnen 12 uur. Deze vliegtuigen kunnen dan volledig uitgerust zijn voor medisch transport. Namens Luxemburg voert Luxembourg Air Rescue (LAR) ambulancevluchten uit in opdracht van het AECC.’
LAR beschikt over vijf vliegende ambulances: twee Challenger 605’s en drie Learjet 45XR’s. Voor diverse opdrachtgevers, waaronder dus de Luxemburgse regering, voert Luxembourg Air Rescue jaarlijks honderden medische repatriëringsvluchten uit. Luxembourg Air Rescue heeft een “Notice To Move” van twee uur. Zowel de LAR als de toestellen van de Luftwaffe en de MMU zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar voor het AECC.
Corona-piek
De Covid-pandemie heeft ervoor gezorgd dat er tussen 2020 en 2023 een piek is geweest in het aantal vervoerde patiënten. Gascón: ‘In 2022 vervoerden we 1782 patiënten, in 2023 waren het er 1412. Vorig jaar (2024) transporteerden we 1253 patiënten. De belangrijkste reden voor de daling is natuurlijk het einde van de Covid-pandemie. Maar ook het vertrek van Europese troepen uit Afghanistan en de Sahel-landen heeft voor een vermindering in het aantal aanvragen gezorgd.’
Het evacueren van zeer besmettelijke patiënten brengt vanzelfsprekend extra uitdagingen met zich mee. ‘Tijdens de pandemie hebben we in de periode 2020 tot en met 2022, in totaal 1145 patiënten vervoerd in bijna 200 vluchten. 74 daarvan waren burgers. In 2021 vormden covid-gevallen zelfs bijna de helft van het aantal vervoerde patiënten. Bij het vervoeren door de lucht van hoog-infectieuze patiënten kan óf de patiënt geïsoleerd worden, óf het personeel, óf beide. Je kunt het medisch personeel beschermende kleding geven, of de patiënt in een soort couveuse vervoeren. Na afloop van de pandemie hebben we dit onderzocht, of er nog een verschil was. We hebben geen duidelijke verschillen kunnen aantonen in gevolgen voor de patiënten of het personeel. Voor zover we hebben kunnen nagaan, is er ook geen personeel besmet geraakt tijdens covid-vluchten.’
Samenwerking
In de periode vóór de oprichting van het AECC in 2010, regelden de betreffende landen hun strategisch patiëntenvervoer meestal zelfstandig. Gascón: ‘Tijdens gezamenlijke operaties, zoals Afghanistan en het voormalig Joegoslavië, werkten landen zeker samen maar niet structureel. Het grote voordeel van het AECC is dan ook het “pooling en sharing” principe: door samen te werken kunnen we optimaal gebruik maken van de beschikbare middelen (vliegtuigen, medisch personeel en medische apparatuur). De “cross national flights” is hier het beste voorbeeld van, waarbij de nationaliteiten van patiënt, personeel en vliegtuig en soms ook locatie allemaal verschillend zijn.’















Uddel
MBO