Het is donker in de cabine. Althans, zo voelt het nog steeds als ik mijn ogen sluit.
De lampen gedimd, dat zachte blauw dat alles egaliseert. Het wapperende gordijn. Het geluid van iemand die zich omdraait in een te krappe stoel. Een kuch. Een zucht.
Ik vlieg al jaren niet meer. En toch verdwijnen sommige scènes niet. Ze zijn opgeslagen. In mijn lichaam. In mijn brein. Soms komen ze zelfs terug in mijn dromen. Jarenlang dacht ik dat altijd beschikbaar zijn simpelweg bij mijn werk hoorde. Ik zie mezelf nog leunen tegen een container in de galley. Rug gestrekt, voeten even omhoog. Drie uur onderweg, nog uren te gaan, met te weinig slaap in het systeem. Het licht is fel, genadeloos bijna. Bij wat tijd werk ik mijn gezicht snel bij. Niet uit ijdelheid, maar omdat representatie erbij hoorde. Altijd klaar voor het moment dat iemand het gordijn opzij schuift. Voor een glas water of een praatje.
Wat ik toen deed, noemden we veiligheid en gastvrijheid. Er zijn. En dat was het ook.
Maar pas nu ik niet meer vlieg, zie ik hoeveel meer het was. Ik scande geen cabine, ik scande mensen. Wie viel er op bij het instappen? Wie droeg zijn verdriet of geluk, zichtbaar, wie onzichtbaar? Wie had, om welke reden dan ook, net dat randje extra aandacht nodig?
Ik was dienend. Altijd. Empathisch. Oplettend. Aanwezig. Ook om drie uur ’s nachts. Ook na nachten doortrekken, extreme jetlags, met een lichaam dat eigenlijk allang iets anders vroeg. Ik glimlachte. Ik suste. Ik ving op. En ik wist niet hoe ik moest stoppen. Hoe groter de vermoeidheid, hoe meer energie ik erop gaf. Pas later, met mijn voeten op de grond, begreep ik hoe grenzeloos dat was. Hoe makkelijk je jezelf weggeeft als zorgen je tweede natuur is. Als beschikbaarheid een reflex wordt. Als doorgaan meer zekerheid lijkt te geven dan de vermoeidheid voelen.
Op kilometers hoogte
Op 10.000 meter zijn mensen met de voeten van de aarde letterlijk ont-aard. Eerlijker. Zachter. Rauwer. In die metalen buis, met honderden onbekenden, kwamen verhalen naar boven die beneden vaak geen ruimte krijgen. Verdriet, rouw, liefdes die stukliepen, keuzes die nog geen vorm hadden, maar ook successen, verjaardagen en avonturen die aangegaan werden. De meest menselijke verhalen hoorde ik, hoog boven die wolken.

En ik was daar. Als klankbord. Als zachte landing. Als onbekende in een vertrouwd blauw uniform, aan wie je alles kon toevertrouwen, juist omdat het contact vluchtig was, begrensd in tijd, en daardoor vrijblijvend. Wat ik toen nog niet wist, is dat echte emotionele verbinding ook iets van binnen vraagt. Niet meteen van actie naar reactie overgaan. Niet meteen willen oplossen. Even voelen wat er ís, zonder het te hoeven dragen voor de ander. Daar begint werkelijk luisteren.
Altijd beschikbaar
Misschien moest ik stoppen met vliegen om te voelen wat ik onderweg had ingeleverd. Hoe ver ik ging. Hoe vanzelfsprekend geven werd. In de lucht heette het dienstbaarheid, empathie, vakmanschap. Nachtenlang, glimlachend, regulerend, altijd beschikbaar. Ik noemde het toen professionaliteit.
Op de grond bleek het grenzeloosheid. En precies daar, in dat verschil, werd helder wat ik daarboven al oefende zonder het te beseffen: hoe ver een mens kan gaan voor een ander, en wat het kost als je jezelf daarin vergeet. Niet als aanklacht, niet als spijt, maar als inzicht. Want echte gastvrijheid vraagt geen zelfverloochening, maar aanwezigheid. Geen opoffering, maar begrenzing.
Ik dacht dat professionaliteit in gastvrijheid betekende dat je altijd beschikbaar was. Dat je jezelf even parkeerde voor de ander. Tot ik begreep dat dát niet vol te houden is. Niet in de lucht. Niet op de grond. Echte zorg begint niet bij doorgaan, maar bij begrenzen. Niet bij glimlachen, maar bij voelen. Eerst bij jezelf. Pas wie zichzelf niet verliest, kan werkelijk iets betekenen voor een ander.
Over haar tijd als KLM-stewardess schreef Renske Dragt het boek ‘Love is in the Air’. Via Up in the Sky kunt u met de code “upinthesky10” het boek extra voordelig bestellen!
Lees ook: ‘Stewardess op de zwarte piste’ – Up in the Sky


Uddel
MBO