Airbus is niet heel blij met de keuzes van Pratt & Whitney. Volgens de vliegtuigbouwer loopt de productie van nieuwe vliegtuigen vertraging op door andere prioriteiten van de motorfabrikant.
Als het aan Airbus ligt, rollen er elke maand 75 vliegtuigen uit de A320neo-familie van de band. Maar de Europese vliegtuigfabrikant verwacht dat die aantallen pas na 2027 gehaald gaan worden. Voorlopig moet ze het doen met een lager maandaantal. Dat komt volgens het bedrijf door vertraging bij Pratt & Whitney. Deze fabrikant levert te weinig nieuwe motoren voor onder de A320neo’s. Airbus-CEO Guillaume Faury verwijt hen dat ze daarmee hun beloften niet nakomen.
De prioriteiten van Pratt & Whitney liggen op dit moment bij al bestaande vliegtuigen. Dat heeft de motorbouwer aan Airbus uitgelegd, zegt de CEO. ‘Pratt & Whitney wil een groot deel van hun motoren en bijbehorende materialen inzetten voor de bestaande vloot’, aldus Faury. Hij is het niet eens met die keuze. Volgens hem moet de motorfabrikant gewoon aan de verplichtingen voldoen voor zowel bestaande als nieuwe vliegtuigen, niet slechts één van de twee.
Omdat Pratt & Whitney niet aan contractuele verplichtingen voldoet, is Airbus een officiële procedure gestart. Dat is nodig om de vliegtuigfabrikant meer zekerheid voor dit jaar en komend jaar te bieden. Over de details van de procedure wilde de CEO niet uitweiden. Wel is duidelijk dat het behoorlijk wat tijd in beslag gaat nemen.
Motorproblemen
Om die A320neo-motoren is in het verleden ook al veel te doen geweest. Sinds de lancering in 2017 hebben die motoren, die ook voor de A220 en Embraer 190 en 195-E2 te krijgen zijn, meerdere technische problemen gehad. Dat kwam door een mankement in het poedermetaal dat voor de Geared Turbofan-technologie werd gebruikt. Het defect zorgde er onder andere voor dat KLM Cityhopper een aantal Embraers in op vliegveld Twente ingepakt aan de grond moest laten staan.


Verschillend