Carolyn McCall heeft in een interview met het NRC gezegd dat KLM onterecht allerlei privileges heeft op Schiphol. Volgens de CEO van easyJet is dat slecht voor de Nederlandse economie.
Als voorbeeld van zo’n privilege noemt McCall de lagere luchthaventarieven voor transferpassagiers. Bij KLM vormt deze groep zo’n 70% van het totale aantal passagiers op intercontinentale vluchten, waardoor de maatschappij relatief weinig hoeft te betalen.
“Schiphol maakt bij het berekenen van luchthavengelden aan maatschappijen onderscheid tussen transferpassagiers, die op Schiphol overstappen, en bestemmingspassagiers, voor wie Schiphol het begin- of eindpunt van hun reis is. De tarieven voor transferpassagiers zijn lager dan die voor bestemmingspassagiers. Schiphol hanteert na Wenen en Rome de hoogste transferkorting: meer dan 50 procent.”
Die regel zou nadelig zijn voor de rest van Nederland. Volgens McCall leveren juist de mensen die hier heenkomen voor een vakantie of zakenreis veel geld op, en niet de transferpassagiers die na een uur of twee weer van Schiphol zijn vertrokken.
Het is geen verrassing dat de topvrouw van easyJet uitgerekend op dit moment met haar uitspraken komt: eind deze maand beslist het kabinet over de ontwikkelingsplannen van Schiphol voor de komende tien jaar.
“Natuurlijk is KLM nummer 1 in Nederland. Maar ik ben er trots op dat wij nummer 2 zijn, en dat we belangrijk zijn voor Schiphol. We zijn een grote en goede werkgever. We zijn goed voor 200 banen dit jaar, met lokale arbeidsvoorwaarden. Daarom willen we meepraten over de strategie van Schiphol”, aldus McCall.


Uddel
MBO