De Fokker-100 werd onlangs dertig, lees ik.
Mijn eerste herinnering aan een Fokker was het vluchtje dat ik van mijn ouders mocht maken met een Friendship, van Twente naar Amsterdam. Met de NLM. Moet eind jaren zestig geweest zijn.
Tweede herinnering: de Troopship van de Luchtmacht die me halverwege de jaren zeventig voor de Air Cadet Exchange naar Frankfurt Rhein/Main bracht. Stoer. Ik zat op de para-seats tegen de cabinewand. Ik zag door de ovale ramen het ingenieuze onderstel naar binnen en naar buiten gaan.
Toen verscheen de Fellowship. De eerste plaatjes. In ‘Cockpit’, van Hugo Hooftman. Ik vond het niks. De bijzondere Friendship, met zijn hoge vleugel, trotse staart en eigenwijze neus maakte plaats voor zo’n me-too-achtige pleerol met twee van die stofzuigertjes aan z’n kont. Daar waren er al honderd van, in mijn beleving. Dat kon niks worden.
Ik kreeg gelijk. Niet omdat de Fellowship te saai was. Wel te duur, over-engineered. Legde het af tegen ramsch uit Brazilië en Frankrijk. Prachtproduct Friendship, probleemgeval Fellowship.
O ja, dat ik stelselmatig van ‘Friendship’ en ‘Fellowship’ blijf spreken komt omdat vliegtuigen namen moeten hebben, en geen nummers. Dat is goed voor ze. De marketingmeneer die die prachtige namen in lelijke nummers veranderd heeft, F50 en F100, heeft nu geen baan meer.
Misschien heeft het er zelfs wel wat mee te maken.
Goof Bakker
Nu op voorraad: Transavia's Retro A321neo!🤩
Bestel nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!



Verschillend
VWO