Onlangs is er na tien jaar een soort eind-uitspraak gedaan in de al twintig jaar durende juridische strijd tussen Boeing en Airbus. De allerhoogste rechter van de WTO heeft Boeing gelijk gegeven. Airbus erkent dat Boeing gelijk heeft, vertelt het bedrijf in een persbericht vanmorgen. Met een addertje onder het gras: Airbus heeft de WTO een uitspraak gevraagd over beweerde illegale subsidies die Boeing van de Amerikaanse overheid zou hebben gehad.
Wat de zaak verwarrend maakt: Boeing bouwt veel militaire vliegtuigen. Die worden grotendeels gekocht door de Amerikaanse overheid. Biljoenen dollars, gaat het om. Daardoor heeft Boeing een concurrentievoordeel ten opzichte van Airbus. Want de papieren bekertjes voor de koffie-automaat kunnen groter worden ingekocht dan bij Airbus, waar ze vrijwel alleen maar airliners bouwen.
Toch is dat geen subsidie, in de strikte zin van het woord. Europese regeringen doen iets anders. Die geven cash geld aan Airbus om nieuwe vliegtuigen te ontwikkelen. De A350 bijvoorbeeld kon zo gebouwd worden. Airbus had dat geld opeens nodig, omdat Boeing met z’n veelbelovende en zeer innovatieve B787 Dreamliner veel orders binnensleepte. Airbus had daar geen antwoord op. Want Airbus had z’n hele spaarpot leeg geschud voor het prestigeproject A380.
Toen moest Airbus de diverse overheden vragen om geld. En ze kregen het. Zo konden ze een concurrent voor de Dreamliner ontwikkelen (beetje kinderachtig… Zeuren om geld bij je moeder, omdat de buurjongen met zijn krantenwijk een mooiere iPhone heeft dan jij).
Misschien wel een grappig idee trouwens: de stoel in de Airbus waar u volgende week mee op vakantie gaat hebt u zelf betaald via uw belastingformulier. Dat is dan wel weer een leuk idee, nietwaar?
Goof Bakker



Verschillend