Hij balanceerde, mede dankzij zijn roze antislipstaart, handig op de gordijnrail tussen de Business en Economy Class. Hij wilde linksaf naar voren de Business Class in. Slim dier. Bad move. Hij wist toen nog niet dat het eten in de Premium Comfort Class beter is dan in de Business Class.
Fred leunde achterover, sluimerend, op terugreis van een vakantie op de Antillen. Op weg terug naar z’n huisie in Osdorp. Er was iets wat aan hem knaagde maar hij kon de vinger er niet op leggen. Hij voelde een vreemdsoortige aanwezigheid, de vibe van een fremdkörper, zeg maar. Fred deed de ogen open en zag de rat over het railtje voor en boven hem balanceren.
‘Gossamme krake, een rat, Joop, Jopie, een rat, doar!’, blèrde Fred. Jopie, zijn eega Johanna van vele jaren, zat diep in een film, keek op, deed dezelfde waarneming als Fred en slaakte een ijselijke gil. Iedereen wakker. Het gegil werd overgenomen door velen en ging crescendo. Een hoofd gluurde van achter het gordijn van de galley. Grote ogen, onbegrip, paniek.
Het gegil ging door. In de linkervoorruit van de seniore Airbus sprong een barst. De copiloot pakte gedecideerd de checklist voor delaminerende ramen. De captain dacht bij het ijselijk gegil dat van achter kwam gelijk aan een kaping.
De rat was nergens meer te zien. De cockpitcrew werd verwittigd van een verstekeling en besloot terug te keren naar het tropische beton van de Aruba. Smart move. Zo’n beest heeft genoeg te snaaien aan boord en zal zich niet van de honger vergrijpen aan een kabelboom van de flight computers, maar het risico bestaat en de vliegeniers zijn ervoor om risico’s uit te sluiten. Okay, geen gebbetje. Met het toenemend aantal vluchten wereldwijd, hoor je steeds vaker van dit soort verhalen.
Alle geledingen van een bevolking kunnen tegenwoordig reizen. Daarbij is hygiëne vaak een serieuze issue. Het ene volk is neurotisch proper, het andere een partij onvoorstelbare ransapen. Je ziet mensen op hun blote voeten door het gangpad lopen en denkt: joh, weet je wel dat volgende week je voeten geamputeerd gaan worden? Dat tapijt!! Och, dat tapijt.
Soms liften hele families bedwantsen mee. Als er een beestje is dat moeilijk is uit te bannen, dan is het wel de bedwants. Een afsplitsing van de amoebe die de dino’s fluitend heeft overleefd. De bedwants kroop uit de Yucatankrater en is sindsdien de nachtmerrie van elke hotelier. Een luchtvaartmaatschappij huurt een ongedierteverdelger in en die drijft met behulp van kachels de temperatuur in het vliegtuig op tot niveau sauna. Nee toch, plastic meubilair aan boord begint te golven en krom te trekken, amper te herstellen schade, maar dit gepasteuriseerde toestel kan wel weer de lucht in. Het is geen sinecure, een vliegtuig enigszins proper en kuis te houden. Het kost bakken met geld en je hebt als maatschappij geen keus, je moet.
Als je ‘s avonds laat over Schiphol loopt, vliegen de muizen je om de voeten. Niet uit te bannen. Een ware plaag, eten in overvloed. Hotels gevestigd in de honderden jaren oude gebouwen van de grachtengordel, laten expres in het holst van de nacht pestcontrol-bedrijven komen om de ongedierteplagen aan te pakken. Je wilt als manager niet dat je gasten dit zien als ze in de wakende uren van de dag inchecken of uitgaan. Het hippe woord hospitality krijgt zo een dubbele lading. De hotelgast die in het holst van de nacht op de gang een witte gedaante ziet met een masker en een tank op de rug, wordt bij zijn of haar geklaag aan de frontdesk streng ondervraagd wat ze dan wel niet allemaal gerookt heeft? Werkt altijd. De nachtwacht loopt vervolgens hinnikend de backoffice in en schopt een muis aan de kant die zich iets te vaak te goed deed aan de ham-kaascroissant in de rugzak van het personeelslid.
Net als de rat van de Antillen lijden ze allemaal aan dezelfde welvaartsziekten als de mens, want ze doen aan hetzelfde dieet. Ze storten eveneens ter aarde van bloedklonters in verkalkte pijpen. Zo ook de moeder van Rufus, de vliegende rat. Ze was geregeld achter adem van de minste inspanning. Met haar kroost zat ze in het holst van de nacht op het Antilliaanse strand onder een ligbedje te piekeren waar haar nieuwsgierige zoon mocht zijn. Haar dochter, met een BMI van 40, deed zich te goed aan de resten van een hamburger.
‘Waar heb je hem voor het laatst gezien?’, vroeg de bezorgde moeder. ‘Hij ging met z’n neefjes richting de luchthaven,’ raspte Roelfientje. Moeder Ramilla zuchtte diep. Ze peinsde, ze voelde zich als een grote, slonzige hamster in een wiel, ze was zich er zeer van bewust dat hun soort door de tweepotigen gehaat werd en gezien werd als de tokkies van het dierenrijk.
Toen ze een dag later tweepotigen op het strand hoorde praten over een vliegende rat, wist ze gelijk: ‘Rufus, jij, mijn Rufus.’ Ze liet het lauwe patatje uit de handen vallen en hobbelde uitgelaten naar Rubio, bonusvader van haar kroost. De echte vader was recent gaan hemelen na een jarenlang dieet van piña colada-restjes en rundvleespasteitjes. Ze was trots. Haar geloof in de evolutietheorie was eens te meer bevestigd. Het ging helemaal goedkomen met het rattengenus. Ze gingen mee in de vaart der volkeren, ze gingen vliegen!
Terug naar de bus. Rufus was eerst verbouwereerd toen de deuren van de Airbus opengingen. Dezelfde klamme warmte. Loom wuivende klapperbomen. Azuurblauwe zee. Saai! Hij glipte langs immigratie, terug naar de vertrekhal, waar hij in de zijtas van een grote rugzak kroop en voorgoed uit het leven van zijn moesie verdween aan boord van een 737 Max naar Houston. Hij werd vriendelijk ontvangen want de VS was nou eenmaal een land dat gemaakt was door en voor immigranten.
Rufus woont nu in Albuquerque en is getrouwd met een schone Hondurese. Ze werken allebei pro deo bij de voedselbank, zijn overtuigd Democraat en gaan zondags ter kerke bij de Son of the Immaculate Conception Congregation. Niet in het minst omdat daar, na de dienst, bakken met donut holes bij de koffie geserveerd worden. De keus voor deze gemeenschap was een no-brainer want geheel in lijn met Rufus’ meest populaire oneliner: Principes zijn alleen maar interessant als ze eetbaar zijn.
Rufus ziet uit naar de feestdagen. Dan komt hun kroost over en doen ze zich massaal te goed aan French Fries, burgers en taco’s met een McFlurry Oreo als toetje. Als klapstuk verzamelen ze zich onder de kerstboom en zingen uit volle borst meerstemmig, met Rufus als bariton: ‘Oh come all ye, faithful’ en facetimen met de familie op Aruba.
Rufus is the dude!!
Happy holidays y’all!


Uddel
MBO