KLM en Schiphol hebben een ‘barre week’ meegemaakt, vindt minister Robert Tieman. Volgens hem moeten de luchtvaartmaatschappij en de luchthaven lessen trekken uit deze gebeurtenissen.
Voorafgaand aan de ministerraad vertelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat dat hij vindt dat KLM en Schiphol ‘imagoschade’ hebben geleden in een ‘barre week’ voor beide bedrijven. Naast de imagoschade leidt de situatie ook tot hoge kosten, benadrukte hij, verwijzend naar de vele reizigers die KLM moet compenseren.
Afgelopen week zorgde winters weer voor grote chaos op de grootste luchthaven van het land. Meerdere dagen op rij werden tientallen tot honderden vluchten geannuleerd. Ook kreeg KLM op een gegeven moment te maken met een dreigend tekort aan de-icing-vloeistof. Als gevolg daarvan strandden duizenden reizigers op Schiphol, van wie sommigen moesten overnachten op veldbedjes.
Tieman (BBB) heeft weliswaar begrip voor de situatie, maar vindt ook dat er zaken ‘voor verbetering vatbaar’ zijn. Wat precies, liet hij nog in het midden. Hij sprak onder meer over investeringen voor toekomstige winters, maar zet tegelijkertijd vraagtekens bij het nut ervan omdat winters weer in Nederland relatief weinig voorkomt. Wel benadrukte hij dat de communicatie beter kan en moet.
Informatiebehoefte
Dat laatste vindt KLM-topvrouw Marjan Rintel ook. In het programma Pauw en De Wit gaf de CEO donderdagavond toe dat de maatschappij beter had moeten communiceren. ‘Ik begrijp die frustratie. Wat we zien, is dat mensen op Schiphol een veel grotere informatiebehoefte hebben dan wat er in de app staat, in de mail staat of wat je op je telefoon kunt vinden.’
‘Het probleem is natuurlijk: als je driehonderdduizend mensen moet omboeken en zeventig procent van je vluchten is geannuleerd omdat er geen capaciteit op de luchthaven is, dan is het heel moeilijk om te zeggen: “u gaat morgen”, want morgen is die vlucht wellicht ook alweer geannuleerd’, vervolgde ze.


Verschillend