Een toegewijde stewardess
De stewardess zit op haar hurken met haar arm en hoofd in de kleine ruimte achter het toilet geperst. Ik sta vol paniek, ongeloof, en toch ook nog hoop, te kijken naar dit bizarre tafereel dat niet waar kan zijn. Alleen het afgrijzen dat ik voel bij het zien van haar contact met de vloer en wc, vol viezigheid na een urenlange vlucht, stelt mij in staat om de tranen in mijn ogen te bedwingen. Want ze doet het voor hem. En voor mij. En voor onze toekomst, want een huwelijk dat zo begint moet toch wel vervloekt zijn.
Met zes man staan we zenuwachtig te kijken in de deuropening van de kleine wc. Nog twee mensen van het grondpersoneel voegen zich bij de groep want we zijn al meer dan een half uur geland en er wordt aangedrongen van boord te gaan. Maar zij houdt vol en wij blijven. ‘Jij kunt hem niet kwijt zijn. Het is mijn allerlaatste vlucht. Al is dit het laatste wat ik doe voor deze luchtvaartmaatschappij, ik vind hem. Hij moet hier toch ergens zijn?’ had ze geroepen tegen mijn man net voor ze de kleine kamer in dook.
Haar hoofd schiet even omhoog, ‘Ik voel hem!’ roept ze voor ze weer achter de toilet duikt. Mijn hart staat stil. Ik ruik de vieze geuren niet meer en denk niet aan de bacillen. Ik houd mijn adem in en hoor een holklinkende aanmaning, ‘Geef me een zaklamp.’ De boodschap wordt door het vliegtuig geroepen en snel wordt er één, als een levensreddende emmer water bij een ouderwetse brand, van hand tot hand doorgegeven tot hij ons bereikt. De stewardess pakt hem gretig aan. Als een acrobaat wurmt ze zich nog vaster tussen het toilet en de open deur onder de wastafel. Met haar hoofd in de kast gepropt en haar arm helemaal naar voren geduwd proberen we allemaal onze ogen af te wenden van de uitstekende billen die met elke beweging die ze maakt flink heen en weer zwaaien. Ik moet me concentreren om zowel mijn tranen als mijn lach in te houden.
Ineens hoor ik haar, alsof ze vanuit een hol schreeuwt, ‘Bijna. Yes! Help me eruit.’ Haar collega’s botsen tegen elkaar in hun poging om tegelijkertijd snel de wc in te lopen. Ze maken een keuze en één van hen trekt aan de stewardess die vast zit.
Zodra ze is bevrijd zwaait ze haar arm triomfantelijk in de lucht. Blij en vol ongeloof kijken we naar haar hand. Maar een stem in mijn hoofd fluistert. Er klopt iets niet. Ondanks het laagje stof glinstert het object in haar hand net iets te veel. Ze veegt het af en kijkt naar mij met een nieuw soort respect. Ze ziet mijn gezicht maar snapt het niet. ‘Het is maar stof, hoor. Dat kunnen we wel schoonmaken. Hier,’ zegt ze terwijl ze probeert het in mijn handen te duwen.
Ik pak het niet aan. De tijd staat stil terwijl mijn hoofd probeert duizenden gedachten te verwerken. Er zijn veel grote diamanten. Maar er horen helemaal geen diamanten te zijn. Het is prachtig- dat zie ik ondanks de stoflaag. En duur. Duur genoeg om een nieuwe, deze keer luxe, huwelijksreis te kunnen betalen, waarbij we niet bij een oude buurvrouw moeten logeren. We kijken allemaal naar de ring in haar hand.
Tegelijkertijd dringt het tot mij en de stewardess door. We kijken elkaar aan. Het is de ring van een vrouw. We kijken naar mijn man. Het is niet zijn trouwring. Het is de ring van iemand anders. We kijken elkaar vertwijfeld aan. Beschuldigend staren we naar het toilet.
Haar moment is voorbij. Haar carrière gaat ze niet met een prachtige verhaal van doorzettingsvermogen en overwinning beëindigen. Voor haar zal het een grappige verhaal opleveren dat ze nog jarenlang kan vertellen op feestjes. Voor ons is het iets anders. Ook wij zullen veel lachers op onze hand krijgen als we het verhaal vertellen. Maar, ongeluk of niet, het kan nooit een goed teken zijn als je man zijn trouwring door het toilet spoelt in het vliegtuig op de terugweg van zijn huwelijksreis. Ik kijk mijn nieuwe echtgenoot aan. Zal ons huwelijk ook een prachtige verhaal van doorzettingsvermogen en overwinningen zijn? Ik heb mijn bedenkingen.
Stemmen
Stemmen en de andere verhalen lezen doe je hier.

Uddel
MBO