Het is vaak een teken dat er niemand wil komen, wanneer een PR-dame mij 24 uur van te voren nog benadert of ik wél tijd heb voor een leuke trip. Gelukkig had ik dat. En het verbaast mij dat er niet meer volk op is komen draven. De állereerste commerciële vlucht van de Bombardier CS300 – van Riga naar Amsterdam, zat nauwelijks halfvol. Terwijl de eerste vlucht van een écht nieuw type, dus niet de zoveelste upgrade, maar een enkele keer voorkomt.
’s Morgens meld ik me op Schiphol bij gate B35, alwaar een 18 jaar oude Boeing 737 classic mij opwacht voor de vlucht naar Riga. Die vliegen er in Europa nauwelijks meer, sinds Lufthansa de laatste twee vorige maand aan de kant schoof. Een beetje nostalgie voel ik dan ook wel bij de huilende CFM-torretjes, wanneer we over de met ochtendmist besluierde Kaagbaan stuiven.
Over de deplorabele toestand van de cabine, met vergeelde en versleten panelen, mag ik als Cessna-piloot eigenlijk niet klagen. De panelen zijn hier tenminste nog heel én aanwezig – iets dat in de sportvliegerij niet vanzelfsprekend is. Maar duidelijk is dat dit toestel aan het einde van haar Latijn is. Gelukkig staat haar aflossing op Riga op ons te wachten.
De nostalgie is echter snel verdwenen wanneer we naar kruishoogte klimmen, vandaag zo’n 36.000 voet. Het is weer de tijd van volle sinussen en verstopte neus-oor-kanalen, en die beginnen me dan ook binnen enkele minuten flink zeer te doen. Vervelend, maar dit lichamelijke ongemak stelt mij wel in staat om de beweerdelijk veel lagere drukhoogte van de nieuwe CS300 straks eens echt te testen! Want bij de Dreamliner is dit veelgeroemde voordeel me eigenlijk nog niet zo duidelijk geworden.
Op Riga deint de muziek bij de gate al uit de speakers, consumeert men taart en champagne met airliner-bobo’s en is zelfs de ambassadeur er bij gesleept. Het gaat over de geweldige samenwerking tussen de luchthaven en de kleine airline die heel graag de beste van de Europese klas wil zijn. En dat lukt ze aardig, met een hele hoge punctualiteitsscore en een – straks – zeer jonge en milieuvriendelijke vloot.

Verder gaat het over de Hanzesteden, de eeuwenoude connectie tussen Letland en Nederland.
Het zal allemaal wel. Buiten staat het gesprek van de dag in de avondschemering te wachten, en daar ben ik voor gekomen. Prachtig vormgegeven winglets, cowlings en een heerlijk geproportioneerde neus. Het mag duidelijk zijn dat dit ontwerp uit Fráns-sprekend Canada komt. Mirabel, zo heet de geboorteplaats van de nieuwste airliner ter wereld. Ik had het toestel gewoon zó genoemd.

Ironisch genoeg staat de Frans-Canadese schone geparkeerd vlak naast een Sukhoi SuperJet van Aeroflot. Ook een zogenaamd moderne regional jet. De Russische crew komt even later voorbij gelopen en kijkt achterdochtig naar dit trans-atlantische feestje.
Dat is namelijk een dingetje – u treft in Riga meer Cadillacs, Jeeps en Buicks dan in heel Nederland bij elkaar. De Russen staan er na vijftig jaar bezetting en geforceerde inmenging niet goed op, en dus doen de lokalen er alles aan om zo Westers mogelijk bezig te zijn. In de zomer hebben de Baltische staten ook nog eens heel veel weg van de zuidelijke kuststaten van de VS – inclusief indian river en veel houten laagbouw. De vice president communications vliegt in z’n eigen Piper vanaf een gras-strip achter zijn huis aan de kust, heeft ‘ie me wel eens verteld. Amerikaanser wordt het niet!
Enfin, genoeg achtergrond. Instappen! Gewapend met een goodiebag gaat het bonte gezelschap van spotters, relaties, journalisten en airline employees aan boord. Toen ik mijn verloofde gisteren vertelde dat ik vandaag mee zou gaan op de eerste vlucht met passagiers van een nieuw type vliegtuig, keek ze me aan of ik gek was. Dat vliegtuig mocht zich eerst wel even zonder mij bewijzen, zo vond ze. De nietsvermoedende, betalende passagiers laten zich echter graag afleiden met een business class maaltijd, een quiz, en zelfs een heuse goochelaar aan boord. Slim!


De geared turbofan motoren van P&W starten met wat rare hoge geluiden op. Wanneer de piloot om vermogen vraagt klinkt een doordringend hoog gejank. Na de barking Airbus hebben we er nu dus de howling CSeries bij. Gaan de gashendels vervolgens volledig naar voren, dan wordt het gek genoeg opeens weer vrij stil.
We klimmen heel snel uit, en zitten met een minuut of 15 op FL390. De neusholtes houden zich prima, dus die marketingbelofte klopt!
Boven elke rij stoelen hangt een iPhone-formaat schermpje waarop we zien waar we precies vliegen – informatie waar het in short haul vliegtuigen de passagiers vaak aan ontbreekt. En da’s prettig, want hoe nieuw het vliegtuig ook mag wezen, je wilt toch graag weten wanneer je er weer uit mag.
De stoelen zijn merkbaar breder dan normaal, net als het gangpad dat ruim bemeten is voor de bemanning die de gehele cabine voor de gelegenheid van een lekkere lokale business class maaltijd voorziet. Zo is het ook voor de enkele middle seat passenger op elke rij (3-2 configuratie) een stuk prettiger reizen. Gevechten met de ellebogen naar beide kanten blijft hier achterwege.
Na twee uur gaat het gas er af en vliegen we via Eelde en de Flevopolder naar beneden. Er vliegt duidelijk een allesoverheersende computer mee, merk ik. De flaps en gear worden stapsgewijs naar buiten gegooid, en dat gaat steevast gepaard met een abrupte neusstand-wijziging, zoals alleen een computer die kan geven. De bochten worden ook lekker gedecideerd ingerold, vastgezet en uitgerold. Allemaal in exact het zelfde computergestuurde tempo. Zo strak en voorspelbaar sturen gaat ook een paar misselijke passagiers schelen, voorspel ik.
De gezagvoerder zet het toestel dermate zachtjes aan de grond dat het nog even in de vering over de baan deint, voordat de autobrakes en spoilers het vliegtuig snel tot stilstand brengen. Na een escorte en brandweersaluut parkeren we aan de Amsterdamse gate.

Mooi vliegtuig. Toch blij dat ik er uit mag!
Door Erik Brouwer
Nu te bestellen: Transavia's Retro A321neo!🤩
Pre-order nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!



Uddel
MBO