De US Air Force heeft zondag opnieuw een object uit de lucht geschoten. Dat gebeurde boven Lake Huron. Het object, waarvan de aard nog niet bekend is, zou volgens een hoge regeringsfunctionaris geen militaire bedreiging vormen voor de Verenigde Staten. Het object werd neergehaald op presidentieel bevel. Dit volgt na een week die getekend is door spanningen met China, onder andere door een vermeende spionageballon boven Amerikaans grondgebied.
Het voorwerp zou op kilometers hoogte boven Lake Huron zijn neergeschoten, een meer dat op de grens ligt tussen Canada en de Verenigde Staten. Volgens een woordvoerder gaf president Biden op aanraden van het Pentagon de opdracht het object neer te schieten . Het neergeschoten voorwerp omschreef het leger als “achthoekig vaartuig met touwtjes eraan”. Het was onbemand en vloog naar verluidt op een hoogte van ongeveer zes kilometer. Afgelopen weekend ging het luchtruim boven de staten Montana en Michigan achtereenvolgens tijdelijk dicht voor de luchtvaart. Nu blijkt dat dit gebeurde in voorbereiding van het neerschieten van het voorwerp door F-22-gevechtsvliegtuigen.
Spanningen tussen Amerika en China
Vorige week was Amerika in de ban van een vermeende Chinese spionageballon die later boven zee werd neergeschoten. Daarna werd een tweede object boven de staat Alaska neergehaald. Dit was beduidend kleiner en had de grootte van een kleine auto, terwijl de Chinese ballon ongeveer even groot was als drie schoolbussen. De gemoederen lopen intussen ook in Washington hoog op en de relatie met China is in korte tijd ernstig bekoeld. Zo is een bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan het land tot nader order afgezegd.



Uddel
MBO