Alle karavanen convergeren in Istanbul. Lastdieren beladen met de rijkdommen van de Oriënt. Schier eindeloze reizen door Mongolië of Kirgizië, een stop in Samarkand, Azkabad of Isfahan, frequente ruil van lastdieren om de reis weer een stukje dichter naar haar einddoel te brengen. Maandenlange tochten door landen ouder dan Methusalem. Ik was in een moderne variant van deze legendarische reis terechtgekomen door in dienst te treden bij Turkish Airlines. Nu stegen elke nacht een klein tiental Triple Seven’s op van Atatürk. Bijna gestapeld vlogen ze achter elkaar aan over de Zwarte Zee richting de rijzende zon. Soms via de noord, over Georgië en Kazachstan. Soms via de zuid, over Iran, India en Myanmar.
Een paar uur na vertrek kwam de zon op en vergaapte ik me aan de dorre leegten en woeste gebergten van Iran en Pakistan. Uren later zag ik uit mijn linkerraam in een kristalheldere lucht de witte piek van de Mount Everest. Ik genoot er intens van, na jaren alleen maar vliegen in Noord- en Zuid-Amerika was dit een welkome afwisseling, een nieuwe deur was opengegaan.
Een andere deur die openging was die van de cockpit. De Purser kwam binnen met mijn ontbijt. De keus was een omelet of kaygana. Ik houd wel van wat nieuws dus ik koos de kaygana. Dat zou mijn favoriete ontbijt aan boord worden. Kaygana is het midden tussen een omelet en een pannenkoek met daarin bieslook verwerkt. Volgens mijn copiloot een dis uit de Zwarte Zee-keuken. Elke regio heeft zo zijn specialiteiten zou ik leren. Kebab uit Adana, witte kaas uit Edirne, raki uit Tekirdag. Dat laatste dronken we niet tijdens de vlucht hoor, vreest niet!
Nu zat ik dus met een plateau op schoot met een echt Turks ontbijt. Dat is wat anders dan een bruine boterham met kaas, vrienden! Ik begreep het eerst niet zo goed: olijven, tomaten en komkommer. Dat zijn dingen die eet je misschien bij het avondeten. Hier is het ontbijt. Dan nog een schaaltje met wat ik maar clotted cream noem, met een stukje honingraat erin. En als spreekwoordelijke kers op de taart nog een mini-simit. Ik werd een groot liefhebber van simit. Dit is een soort grote donut maar dan van echt brood met geroosterd sesamzaad erop. Besmeerd met roomkaas: niet te versmaden! Bijna op elke straathoek in Turkije staat een mannetje met een vitrinekar simit te verkopen. Destijds nog voor één lyra per stuk.
Bij Turkish Airlines aan boord hadden ze mini-simits. Als ik ’s ochtends van Istanbul naar huis vloog na een vlucht terug uit Azië, belandden alle mini-simits in de broodmand van de Cabin Attendant bij mij op het bordje. Als andere passagiers haar vroegen of ze geen simit had, knikte de collega beschuldigend in mijn richting. Kaptan eats everythink. Dan liep ze terug naar de pantry, het simit saray, en haalde nog een vrachtje.
Dit keer ging de reis naar Hong Kong. De laatste keer dat ik daar arriveerde, landde ik nog op het oude veld Kai Tak in de baai tussen Kowloon en Hong Kong eiland. Ik kreeg instructie van gezagvoerder Theeliefhebber, althans, dat was volgens de First Officer de vertaling van zijn achternaam. Zijn lange stiltes terwijl we samen op de bok zaten, werkten op mijn zenuwen. Toen ik op de vorige vlucht tijdens de daling iets vroeg aan de kaptan werd ik afgesnauwd. Dus deze stille man besloot ik maar met rust te laten en de dingen die me onduidelijk waren vroeg ik wel aan de copiloot, die eager to please gedurende deze fase mijn steun en toeverlaat zou zijn. Probleem was dat ook deze gezagvoerder vermoeid was door het niet aflatende, drukke trainingsprogramma. Op de terugweg bleek hij spraakzamer en ontpopte hij zich als een echt goeie gast die, nu beter uitgerust, wel te porren was voor een praatje.
Toen ik in dienst trad had Turkish Airlines zo’n twaalf Triple Sevens, toen ik ruim vijf jaar later vertrok waren dat er rond de veertig. En met de andere vloten, Airbus-narrowbody’s en -widebody’s, de Boeing 737, 777 en 787, was dat niet anders. De groei was fenomenaal, daar zat een gedurfd plan achter wat niet zomaar even op een avond in een theehuis in elkaar was gedraaid. Waarover in een andere aflevering meer.
Hong Kong dus. Hectische stad waar we vroeger in Kowloon in het hotel verbleven. Turkish Airlines deed niet aan dat soort luxe uitspattingen. We zaten in een prachtig Radisson, maar wel op Lantau Island waar het vliegveld tegenaan was gelegd op een opgespoten plateau. Voordeel: je bent in minder dan tien minuten van de terminal in het hotel. Nadeel: als je de stad in wilt moet je drie kwartier met de metro. Aangezien de stop maar 24 uur was, besloot ik de omgeving van Lantau te verkennen. Die was vlot bekeken. Shopping Mall, een paar restaurantjes en cafeetjes, genoeg om even af te pilsen na de vlucht. Een aantal maanden later zou ik de search grid wat uitbreiden en ging ik met een kabelbaan naar de megagrote Boeddha die achter het hotel in de heuvels stond. Dat was een spectaculair gezicht, als je met de kabelbaan om de berg heen toerde en dan zo ineens dit enorme beeld in de kijkerd kreeg.


Ik was in mijn nopjes, ik kreeg het oude vertrouwde gevoel weer van in Azië zijn. Ik kon overal met Engels terecht, de temperatuur was top, het eten ook, het tijdverschil werkte nu in mijn voordeel. Ik sliep op deze trips de klok rond en vloog altijd fris weer terug naar Istanbul. Alhoewel ik nog in mijn routetraining (proeftijd) zat, had ik ergens het gevoel dat dit allemaal goed zou komen. Dat mijn move weg van de frustrerende en energieslurpende omgeving bij Martinair/KLM Cargo een goede zet was.



Uddel
MBO