Wizz Air is van plan een basis te openen op de luchthaven van Tel Aviv, Israël. Hoewel de luchtvaartmaatschappij op veel steun kan rekenen, klinkt er ook felle kritiek.
El Al stuurde deze week een brief naar de Israëlische autoriteiten waarin het bedrijf stelt dat een Wizz Air-basis op Tel Aviv Ben Gurion Airport de ‘nationale veerkracht en veiligheid van het Israëlische publiek’ zou ondermijnen. Volgens de Israëlische airline tonen conflicten in de regio aan dat alleen nationale maatschappijen blijven vliegen wanneer de veiligheidssituatie verslechtert. Israëlische airlines zouden daardoor de kosten van strengere veiligheidsmaatregelen dragen, waar buitenlandse maatschappijen volgens El Al onderuitkomen.
Wizz Air wil niet enkel een basis openen, maar mogelijk ook een nieuwe dochtermaatschappij in het land oprichten. De constructie zou vergelijkbaar zijn zoals eerder bij Wizz Air Abu Dhabi. Het hoofddoel van de maatschappij blijft echter een operationele basis onder de bestaande Hongaarse AOC. Jozsef Varadi, CEO van de Oost-Europese airline, reist volgende maand af naar Israël om te onderhandelen. De Israëlische Transportminister Miri Regev steunt de komst. Echter, is net als El Al ook de nationale luchtvaartautoriteit kritisch op het plan.
Noodrem
Wizz Air vertrekt eind augustus met haar dochteronderneming uit Abu Dhabi. De beslissing, die halsoverkop werd genomen en pas vorige maand werd aangekondigd, volgt op verschillende problemen. Zo zijn de financiële resultaten van het gehele bedrijf fors verslechterd, mede door de problemen met de GTF-motoren van Pratt & Whitney. Wizz Air moest daardoor tijdelijk 42 van haar A320neo-vliegtuigen aan de grond houden. De kosten per eenheid namen toe met meer dan twintig procent. Tot slot ervoeren de machines in de warmere golfregio meer motorcomplicaties dan de in Europa gebaseerde toestellen. Volgend Varadi was het bedrijf daarom genoodzaakt aan de ‘noodrem’ te trekken.



Uddel
MBO