Van de vliegers is zes procent vrouw. In de tijd van de Tweede Wereldoorlog was dat nog minder, vier procent. Jacqueline Vollebregt behoorde tot voor kort tot die eerste groep, Ida Veldhuyzen van Zanten medio vorige eeuw tot die laatste. Beiden delen diezelfde passie voor de luchtvaart. Daarbij is er nog een ander verbindingslijntje op grond van dat ene verschijnsel dat almaar in de lucht blijft hangen en altijd weer onuitroeibaar blijkt: anno nu zijn er nog altijd mannen die lacherig doen over de capaciteiten van vrouwen, dus ook als het om vrouwen in de cockpit gaat. In haar roman Hoge vlucht schetst Jacqueline een aangrijpend beeld van een dappere vrouw die haar droom achternaging en vocht voor vrijheid.
Jacqueline ontdekte het bijzondere verhaal van Ida toen zij research deed voor Thirsa en de vliegende Hollander, een jeugdboek dat zij eerder schreef onder het pseudoniem Connie Mitchell. ‘In dat boek speelt Anthony Fokker een rol en tijdens een online-zoektocht naar zijn leven belandde ik, doorklikkend van de ene naar de andere website, op een pagina over Ida’, aldus de nu onder haar eigen naam schrijvende auteur tijdens de boekpresentatie in het CRASH Luchtoorlog- en Verzetsmuseum ‘40-‘45. ‘Mijn eerste gedachte was: wat een interessante vrouw en wat een stoer leven heeft zij geleid. Mijn tweede gedachte: hoe kan het dat ik, als luchtvaartliefhebber en -professional haar niet ken? Tot mijn verbazing kenden ook de meeste “luchtvarenden” in mijn omgeving haar niet.’ Jacqueline ging ervoor om daarin verandering te brengen.



Parallellen
In het boek draait alles om vrijheid. De vrijheid om in een vliegtuig te kunnen vliegen als een vogel in de lucht, los van de aarde, los van de problemen. De vrijheid van een land, in dit geval de vrijheid van Nederland waarvoor Ida zich inzette. En de vrijheid om te kunnen zijn wie je bent in plaats van te moeten beantwoorden aan verwachtingen van onder meer de maatschappij. In die zin vallen er vanuit de tijd waarin Hoge vlucht zich afspeelt, wel enkele parallellen te trekken naar de huidige tijd. Tot aan het moment dat Duitsers op 10 mei 1940 ook Nederland binnenvielen, dacht menigeen dat het met de komst van oorlog bij ons niet zo’n vaart zou lopen. Anno nu leeft diezelfde gedachte in relatie met de Russen. En het beeld dat in de eerste decennia van de vorige eeuw heerste dat vrouwen moeten trouwen en kinderen baren, doet vandaag de dag ook weer steeds meer opgeld. Jacqueline slaat de spijker precies op de kop met de zin waarmee ze haar roman besluit: ‘Alles is veranderd, niets is veranderd.’

Gratis op de markt
Als een rode draad lopen de vooroordelen over vrouwen door het boek heen. Ida kwam dit keer op keer tegen. In de tijd waarin haar jongste jaren zich afspeelden was het nog bij wet bepaald dat de stap in het huwelijksbootje voor vrouwen inhield dat ze hun ontslag kregen. In het eerste hoofdstuk is er meteen al de confrontatie met dit feit: ‘Ik ga de komende drie maanden nog volop genieten’, stelde een van Ida’s collega-airhostess in relatie met haar aanstaande huwelijk. ‘Ja, gefeliciteerd met je ontslag’, was logischerwijs een reactie. In relatie met het door Ida behaalde A-brevet, een diploma voor sportvliegtuigen, zei de volhardende vlieger in reactie op een gesprek waarin onder meer werd betoogd dat de grootste angst van de man is dat een vrouw hetzelfde kan als hij: ‘Ik heb dat brevet gratis op de markt gekregen bij twee kilo aardappelen.’ Eenmaal in Engeland, toen ze haar vliegtest moest doen om bij de transportafdeling ATA te vliegen: ‘Ik ken de blik die hij me toewierp toen ik me een half uur geleden voorstelde, die “O mijn God, moet ik echt met een vrouw vliegen”-blik.’ Nog een ander voorbeeld: ‘Dat is hoe wij als vrouwen worden gezien, als mannen met een arm en een oog minder.’
Voor het merendeel
‘Soms bad ik God of hij mij ook een piemeltje wilde geven’, vermeldt Jacqueline een wens van de op dat moment vijfjarige Ida. Of de auteur dat uit haar duim heeft gezogen? Nee. Behalve dat ze uitgebreid sprak met Ida’s familie, las ze ook de dagboeken van de piloot die na de Tweede Wereldoorlog als enige vrouw naast zevenhonderd mannen het Vliegerkruis ontving. Tijdens de boekpresentatie licht Jacqueline toe dat Hoge vlucht tot aan het moment waarop Ida in Engeland ging vliegen, gebaseerd is op wat er werkelijk is gebeurd. Hoe Ida dacht en voelde, heeft ze kunnen lezen in de dagboeken. ‘Daarin leer je iemand wel kennen’, aldus haar bevinding. ‘Helaas is het dagboek dat Ida in de oorlog bijhield zoekgeraakt’, vervolgt de auteur. ‘Totdat ze in Engeland ging vliegen klopt de chronologie en hebben ook de gebeurtenissen voor het merendeel zo plaatsgevonden.’ Jacqueline noemt hierbij een verhouding van twee staat tot drie. ‘Over haar Engelandtijd heb ik meer vrijheid genomen in verband met dingen die ik niet wist. Ook heb ik zelf een personage als haar vriendin geïntroduceerd.’
Ik ga niet opgeven
Spannend zijn de pogingen om naar Engeland te komen. De eerste keer vanuit het waterwingebied Ockenburg. Er rustte geen zegen op. Op handige wijze slaagde Ida erin uit handen van de Duitse officieren te blijven. De tweede keer pakte het opnieuw bloedspannend uit. Maar toen het dan uiteindelijk toch lukte was ze ‘even geen rare vrouw, geen mogelijke verraadster’, even was ze ‘hun kameraad’. Eenmaal aangekomen in het neutrale Zwitserland, werd niet alleen duidelijk dat van daaruit niet naar Engeland kon worden gevlogen. ‘Vrouwen krijgen geen visum’, kreeg Ida te verstaan. En over de Engelsen: ‘Ze willen alleen mannen. Piloten.’ Het boek wijst uit dat Ida steeds weer opnieuw een ander plan moest bedenken om haar doel te bereiken. Haar credo: ‘Ik ga niet opgeven. Nooit.’ Keer op keer slaagde ze erin bij de juiste personen aan te kloppen. Buiten de lijntjes kleurend, onverschrokken.

Heks
Eenmaal aangekomen in Engeland, werkte Ida totdat ze aan haar felbegeerde missie kon beginnen, voor enige tijd in een donkere kamer. ‘Ik laat de NSB’er in de fixeer vallen’, vermeldt Jacqueline met de nodige humor. Het boek toont ook mooie metaforen. Zoals ‘Mist als een lijkwade’ en ‘Kerktorens steken als kompasnaalden omhoog.’ En zelfs: ‘Een plakkerige, zoete geur vulde mijn luchtwegen, het was alsof ik suikerspin inademde.’ Maar klopt dat mierzoete beeld wel, anno 1922? Zeker wel: suiker in de vorm van dunne draden werd al gemaakt in de 15e eeuw, met name in Italië. In 1899 was de eerste suikerspinmachine een feit, een uitvinding van onder anderen een tandarts! Zeker mooi is tevens de beeldspraak in het volgende gesprek tussen Ida en een vriendin: ‘“Als ik een paar eeuwen eerder was geboren, dan was ik waarschijnlijk op de brandstapel geëindigd.’” “Heks Ida”, lacht Marie. “Nu snap ik die drang om te vliegen.”’
Zusterlijkheid
Dat het er niet alleen toe doet hoe mannen naar vrouwen kijken maar ook hoe vrouwen dat doen naar vrouwen, blijkt wel uit de volgende passage: ‘Als kind kon ik zwaar beledigd zijn om de steken die mannen uitdeelden, nu is het niet meer dan een schrammetje waar je overheen wrijft en verdergaat, zoals de Hurricane-vlieger doet als zijn toestel wordt gekraakt door zijn Spitfire-collega. Alleen… bij hen eindigt het altijd in kameraadschap, in broederschap. Zij schelden elkaar uit, nemen elkaar de maat, maar staan daarna pal voor elkaar, door dik en dun. Mijn blik dwaalt door de mess. Deze dames staan ook pal voor elkaar. Je schrap zetten voor opmerkingen hoeft hier niet. Ik omarm die broederschap – die zusterlijkheid.’
Dood
In een boek dat het leven beschrijft van een vlieger in oorlogstijd kan het niet anders dan dat de dood erin voorkomt. Ida werd er al op zeer jonge leeftijd mee geconfronteerd, lang voordat de oorlog uitbrak. Tien jaar was ze toen haar vader overleed, zeventien toen haar moeder vervolgens het leven liet. Invoelbaar beschrijft Jacqueline het moment waarop Ida probeerde haar verdriet te verdrinken en daarbij vervolgens betrapt werd door de strenge schooljuf. Dat geldt evenzeer voor het ongemakkelijke gesprek dat jaren later plaatsvond tussen Ida, haar beste vriendin en diens partner, waarbij ook nog eens afgunst van Ida een rol speelde. Idem Ida’s verdriet na het bericht dat haar beste vriendin niet levend is teruggekeerd van een vlucht, dat zij dood is. Het besef van ‘nooit meer’, waarvan ze nog geen idee had met het sterven van haar moeder. De zinloosheid dat ‘het mensdom (cursivering van mij) ondertussen hier verdergaat met zichzelf te verdelgen’, illustreert Jacqueline met de volgende metafoor: ‘En na ons zal men weer andere idealen en de daaropvolgende illusies hebben, zoals de eb en de vloed elkaar eeuwig zullen opvolgen.’

Parfum
Mooi is de link die Jacqueline enkele malen legt met andere literatuur. In plaats van vergezocht komt het heel natuurlijk over, passend in het geheel. De laatste momenten die de vlieger Fabian beleefde in het boek Vol de Nuit toen hij in de onweerswolken was beland en niet wist hoe eruit te komen, verwerkt de auteur op aangrijpende wijze nadat Ida te horen had gekregen dat haar beste vriendin was verongelukt. Vindingrijk legt zij daarbij nog een ander verband. Vol de Nuit is namelijk ook de naam van de parfum die de door de Duitsers opgepakte medetreinreizigster droeg. Ida had kort voor dat moment nog een praatje met die dame gemaakt over die parfum. Het beeld van de rampzalige arrestatie bleef meer dan eens bij Ida terugkomen.
Lachverzilverde vleugels
Het gedicht High Flight dat Ida toegespeeld kreeg van haar tante toen ze zich zorgen maakte over het lot van haar eerste liefde, brengt de auteur opnieuw in beeld op het moment waarop Ida vernam dat een vriendin uit haar KLM-tijd is opgepakt door de Duitsers toen ze met een parachute boven Nederland was gedropt. Met de titel van haar boek lijkt Jacqueline een associatie te leggen naar dit ook in het Nederlands vertaalde gedicht: ‘O, ik heb me ontdaan van de norse boeien der aarde, en de hemel laten dansen op lachverzilverde vleugels.’
Rolmodel
Wat Jacqueline met de tot nog toe door haar geschreven boeken bovendien heeft willen laten zien, is dat niet alleen jongens maar ook meisjes willen en kunnen vliegen. ‘Zelf had ik geen rolmodel nodig, maar voor menigeen geldt dat wel’, stelt ze. ‘Als je als meisje alleen maar vrouwen in de cabine ziet en niet in de cockpit, ligt de conclusie minder gauw voor de hand dat je zelf kunt gaan werken als piloot.’ Het eerste exemplaar van Hoge vlucht overhandigt ze tijdens de boekpresentatie aan Nikky Findlay – van der Heeft, nu gezagvoerder bij easyJet en voor deze speciale gelegenheid gekleed in een ATA-uniform. ‘Zij is de dochter van vrienden en ik hoop dat ik als rolmodel een rolletje heb gespeeld bij haar keus om vlieger te worden’, licht Jacqueline toe.

Niet zomaar een romannetje
Behalve dat Hoge vlucht enkele uren biedt voor puur leesplezier, kan het zeker ook confronteren met zowel een eventueel eigen worsteling met het vrouw-zijn als met zelf geleden verliezen van dierbaren. Dit vlot, spannend, ingetogen en tegelijkertijd meeslepend geschreven eerbetoon aan een dappere vrouwelijke vlieger is dus zeker niet zomaar een romannetje.

HOGE VLUCHT
Jacqueline Vollebregt
Paperback | 312 pagina’s
ISBN 978020609370 | Uitgeverij
Pepperbooks
2025 | € 21,99
Meer recensies van Lieneke over romans met ervaringen van piloten als onderwerp:
– Moedige vrouwelijke vliegers die pionierden
– Toen nog vaak spannend in de cockpit
Nu te bestellen: Transavia's Retro A321neo!🤩
Pre-order nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!



Verschillend