Vliegtuigbouwer Airbus staat voor een bijzondere uitdaging. Het bedrijf gaat zijn eerste generatie BelugaST-vrachtvliegtuigen uitfaseren en moet nu op zoek naar geschikte locaties om de toestellen tentoon te stellen.
De Europese fabrikant stapt volledig over op de nieuwere BelugaXL-vloot en onderzoekt daarom mogelijkheden bij musea en educatieve instellingen. De afmetingen van de vliegtuigen, gecombineerd met de complexe logistiek, beperken echter het aantal locaties dat hiervoor in aanmerking komt.
De BelugaST, ook wel bekend als de A300-600ST Super Transporter, vervoerde twee decennia lang grote vliegtuigonderdelen tussen productielocaties in Europa. Met de introductie van de grotere en krachtigere BelugaXL, gebaseerd op de A330-200, zijn de oorspronkelijke BelugaST-vliegtuigen niet langer nodig.
Airbus onderzoekt mogelijkheden
Airbus is in gesprek is met potentiële musea en onderwijsinstellingen, voornamelijk in Europa, hoewel er nog geen definitieve beslissingen zijn gemaakt. Het bedrijf staat naar verluidt ook open voor locaties buiten Europa.
De praktische uitdagingen zijn aanzienlijk. De enorme romp van de BelugaST vereist een grote tentoonstellingsruimte, en het transport of de herbouw van het vliegtuig kan logistiek complex zijn, tenzij een museum zich naast een vliegveld bevindt. Een van de instellingen die naar verluidt in aanmerking komt, is het Pima Air and Space Museum in Tucson, Arizona. Het museum herbergt al een van de grootste collecties historische vliegtuigen ter wereld.
Einde van de BelugaST
De BelugaST is op 13 september 1994 in dienst gekomen. In totaal heeft Airbus vijf stuks geproduceerd. Het vliegtuig heeft het meest gevlogen tussen Toulouse, Hamburg, Seville, Tianjin, Mobile en Mirabel, de steden waar de verschillende Airbus fabrieken staan. Dit soort vrachtvluchten worden ongeveer zestig keer per week uitgevoerd. Naast onderdelen vervoerde de Beluga ook onderdelen van het ISS, kunststukken en helikopters.


Uddel
MBO