Vanwege haar zestigjarige bestaan liet Transavia een van haar fonkelnieuwe Airbus A321neo’s voorzien van een prachtig retro-jasje, geheel naar het ontwerp van Thijs Postma dat hij zestig jaar geleden maakte. De inmiddels 92-jarige kunstschilder, auteur en luchtvaarthistoricus, is niet alleen nog altijd in de weer met potloden, penselen en verf, ook het schrijven van artikelen blijft hem bezighouden evenals het bijhouden van zijn luchtvaartarchief. ‘Ik ben bezeten van vliegtuigen’, zegt hij. Dat is te zien in iedere hoek van het huis waarin hij samen met zijn vrouw Sylvia woont.
‘Ik zat op de lagere school toen de oorlog uitbrak’, vertelt Thijs. ‘Alle leerlingen werden in de laatste winters naar huis gestuurd, de kachel deed het niet meer omdat er geen brandstof voor was. Ik bracht de dagen door met tekenen en kliederen met waterverf, dat deed ik als heel klein kind al. Op het dak van de flat waar ik woonde, ergens aan de westrand van Amsterdam, waren in de meidagen van 1940 de luchtgevechten boven Schiphol te zien. Aan de hand van mijn vader keek ik ernaar. Ik vond het fascinerend, voor mij was het alleen maar spannend.’
Rond met de pet
‘Toen de oorlog voorbij was stonden er enige tijd geallieerde vliegtuigen op de Dam. Mijn enthousiasme voor de luchtvaart werd daardoor beslist aangewakkerd’, vervolgt Thijs. ‘Op de Dam was ik ook dikwijls in de weekends te vinden met een schoolbord en kleurkrijtjes. Dat bord hing ik met een touwtje op aan een lantaarnpaal. Ik tekende landschapjes, terwijl een vriendje met de pet rondging. De meeste mensen gooiden daar een cent in, een enkeling een dubbeltje. Dat was in die tijd heel veel geld. Er was zelfs een mijnheer die er een gulden in gooide en aan mijn vriendje vroeg of ik Thijs Postma was. Dat was het weerzien met mijn vader, die ik sinds de scheiding van mijn ouders in het begin van de oorlog niet meer had gezien.’

Geen talent
Als veertienjarige moest Thijs gaan werken. ‘Met het idee in de reclamewereld of grafische industrie een vak te kunnen leren, solliciteerde ik bij een clichéfabriek, daar werden drukvormen vervaardigd, Het kwam erop neer dat ik van ’s ochtends tot ’s avonds op een transportfiets clichés moest afleveren. Van iets leren kwam dus niets terecht. Er volgden nog enkele baantjes, heel suf. Toen chef-ontwerper en illustrator Frans Mettes mij in de gelegenheid stelde een pentekening van een vliegtuig te maken en hij later het resultaat bekeek, meende hij dat ik maar een degelijk beroep moest kiezen als timmerman of zoiets, ik had geen talent.’ Met een brede lach brengt Thijs in herinnering dat hij vele jaren later, toen hij regelmatig opdrachten van de Fokker-fabriek ontving, in plaats van Mettes de opdracht kreeg een presentatietekening te maken voor het interieur van een F-27 in VIP-configuratie.
Vliegtuigen herkennen: geslaagd!
Maar eerst nog belandde Thijs bij een bedrijf waarbij Nederlandse tafereeltjes op klompjes, houten bordjes en andere souvenirs moesten worden gebrandschilderd. ‘In één uur tijd moest ik er zestig doen, met daarop een molentje, een molenaarshuisje, wat struikjes, een weggetje en wat gras. Mijn promotie hield in dat ik op grote borden Canadese landschappen met zaken als een blokhut in de bergen en een waterval mocht schilderen. Deze werden naar Canada getransporteerd, waar Nederlandse ouders van emigranten ze kochten en mee naar huis namen als “originele” Canadese souvenirs. In 1953 kwam de dienstplicht. Bij de keuring maakte ik mijn voorkeur voor de luchtmacht kenbaar. Dankzij de kennis die ik inmiddels van vliegtuigen had, kreeg ik een plaats bij de onderofficiersopleiding van de luchtdoelartillerie.’
‘Eenmaal enige tijd in dienst, heb ik de schoolcommandant gevraagd of ik vliegtuig-herkenningsinstructeur kon worden in plaats van commandant van een kanon. In eerste instantie zag die man dat niet zitten; tegen de tijd dat ik klaar zou zijn met mijn opleiding zou mijn dienstplicht erop zitten. “Ik denk dat ik die mensen daar nog wel wat kan leren”, reageerde ik. Dat kon die man wel waarderen. Ik kreeg een dag verlof om naar Den Haag te gaan waar mij vijftig foto’s van vliegtuigen werden getoond. Voor elke foto kreeg ik vijf seconden om de machine te identificeren. Na vijftig seconden was ik er klaar mee. Geslaagd!’

Kanonnen in actie
Eenmaal voorzien van zijn strepen kon Thijs algauw aan de gang als leraar vliegtuigherkenning. ‘Ik versierde de wanden van het lokaal met vliegtuigfoto’s en scharrelde overal modellen vandaan’, zegt hij. ‘De lessen maakte ik minder saai met verhalen over en bijnamen van de verschillende vliegtuigtypes. Ook vertelde ik dat er nogal eens machines door de eigen luchtartillerie werden neergeschoten omdat ze niet werden herkend. Intussen drong het ook door in de gelederen dat ik wel leuk kon schilderen. Dat resulteerde zelfs in de opdracht om voor een nogal autoritaire luitenant drie schilderijen te maken van luchtdoelkanonnen. Op houten panelen heb ik voor hem Duitse, Engelse en Russische kanonnen in actie getekend, compleet met hun bemanningen.’

Ontwerp complete huisstijl MAC
Toen Thijs de dienst verliet had hij het gemiddelde cijfer voor vliegtuigverkenning omhoog weten te krikken van een zes naar een acht. Op zoek naar werk toog hij met een showmap vol tekeningen en schilderwerken langs reclamebureaus, drukkerijen en uitgeverijen. Het resulteerde erin dat hij advertenties ging opmaken, honderden lettertypes leerde ontwerpen en illustraties kon gaan maken, aanvankelijk in loondienst, vanaf 1957 als zelfstandige. ‘De klanten kwamen algauw uit zichzelf omdat ik mij altijd hield aan de kwaliteit, de deadlines en de afgesproken prijzen. En dat is anno nu nog altijd zo’, aldus Thijs.
Nadat hij in 1960 zijn eerste recensie had gekregen in het door Hugo Hooftman uitgegeven blad Cockpit, zette Thijs een stap richting Martin’s Air Charter met het voorstel folders te maken voor de rondvluchten die de kersverse airline vanaf Schiphol boven Amsterdam uitvoerde. ‘Nog datzelfde jaar vroeg Martin Schröder mij of ik voor zijn Dakota een beschildering wilde ontwerpen. Ik koos een kleurencombinatie met rood en blauw, op dat moment nog zeer ongebruikelijk in de luchtvaartwereld. Schröder was enthousiast en de opdracht volgde om de complete huisstijl voor de MAC te ontwerpen.’

Waarom niet de hele vloot?
John Block, eerder de rechterhand van Schröder, richtte in 1965 Transavia op. ‘Hij had drie DC-6’s op Schiphol staan en wilde daarvoor een “retegoeie” beschildering hebben, die nog beter was dan voor die lange’, vertelt Thijs. ‘Met die lange, bedoelde hij Martin Schröder. Ik koos voor groen omdat die kleur onder meer met veiligheid wordt geassocieerd.’ Met een lach voegt hij eraan toe: ‘In die tijd had de charterluchtvaart toch wel een beetje het imago van dronken piloten met stewardessen op schoot.’ In het eerste ontwerp gebruikte hij nog twee kleuren groen: de ene kleur was echt groen, de andere met blauw gemengd.

© Dirk Grothe
Waarom? ‘Om aan te geven dat het een jong bedrijf betrof dat op weg was naar expansie’, legt de kunstschilder uit. ‘Met het oog op de grote herkenbaarheid ontwierp ik een grote letter T, voor zowel op de romp als op de staart. Met de komst van de Caravelle heb ik het mes gezet in die twee kleuren en het ontwerp helemaal strak gemaakt.’ Hoe hij het vindt dat er sinds kort weer een machine rondvliegt in deze – wat inmiddels doorgaat voor een – retro livery? Niet zonder gepaste trots antwoordt hij: ‘Mensen vragen al: waarom niet de hele vloot?’
Met een flinke slok op
Ook KLM wist Thijs te vinden. In opdracht van de blauwe airline maakte hij tien schilderijen van wat op dat moment zowel historische als in dienst zijnde KLM-vliegtuigen waren. KLM verkocht er posters, ansichtkaarten en puzzels van voor hun eigen publiciteit. Dat gaf ook aan Thijs wereldwijd veel bekendheid. Vliegtuigbouwer Fokker ontpopte zich evenzeer als een trouwe klant die in was voor Thijs zijn illustratiewerk. Andere opdrachtgevers waren fabrikanten van modelbouwdozen, zoals Revell, Matchbox en Monogram. Ook maakte hij illustraties voor educatieve jeugdboeken.
‘Toen de contactpersoon daarvan bij mij in de studio zat om een opdracht te bespreken, zag hij mijn archief. Hij merkte op dat daarvan wel een luchtvaartboek viel te maken. Beklonken werd dat ik de foto’s, illustraties en informatie voor de tekst zou leveren. Daarbij was het aan mij de lay-out en het omslag te ontwerpen. De beste man ging op zoek naar een tekstschrijver, maar ik werd er knap chagrijnig van hoe het financiële plaatje er daardoor zou komen uit te zien. Met een flinke slok op ben ik ’s nachts zelf het eerste hoofdstuk gaan schrijven. Het was helemaal mijn bedoeling niet dat die man die tekst zou lezen, maar toen ik uit pure balorigheid er toch melding van maakte, wilde hij hem hoe dan ook zien. Vervolgens kwam hij tot de conclusie dat ik het hele boek maar zelf van tekst moest voorzien en dat hij het dan zou uitgeven. Het resulteerde in de publicatie van mijn eerste boek: Vermetele vliegende Hollanders.’
Een cadeautje
Dat Thijs toen al over goede relaties beschikte bleek wel toen hij in de Bijenkorf zijn boek zat te signeren. Boven de Dam vlogen twee vliegtuigen met de reclameteksten “Nieuw vliegtuigboek”en “Postma signeert in de Bijenkorf”. ‘Een cadeautje van Martin Schröder’, zegt hij. Het succes van het boek was zo groot dat Fokker hem de opdracht gaf ter ere van hun zestigjarige bestaan een jubileumboek te schrijven en te produceren. Opnieuw een succesnummer. Ook op het gebied van tijdschriften leverde Thijs het nodige werk. Hij maakte niet alleen gouaches voor de jeugdbladen PEP, Sjors en Eppo, ook voor het populairwetenschappelijke tijdschrift KIJK en de weekbladen Nieuwe Revue en Panorama. Toen het in 1979 niet goed ging met het Nederlandse luchtvaarttijdschrift AVIA, kreeg Thijs het verzoek van de uitgever om dit op te peppen. Hij paste niet alleen de vormgeving aan, ook trommelde hij enkele vrienden op met wie hij al eerder had samengewerkt om boeken te maken. Uiteindelijk vloeide er de uitgave van Luchtvaartwereld uit voort, dat zo’n achttien jaar later opging in Piloot & Vliegtuig. Aan dit blad levert Thijs nog altijd een maandelijkse bijdrage over historische vliegtuigen.

Bij volle maan
Alhoewel Thijs door de jaren heen honderden vliegtuigen heeft geschilderd, zowel civiel als militair, bleven uitstapjes naar andere onderwerpen niet uit. Helikopters, treinen, schepen, vrachtwagens, auto’s, motoren, portretten en landschappen, bedenk het maar. Nee, geen luchtballonnen. ‘Daarnaar is nooit vraag geweest’, zegt hij. ‘En zelf heb ik er geen echte interesse in, aan de vorm valt weinig eer te behalen.’
De opdracht die hem het meeste geluk heeft gebracht bestond uit het schilderen van een zeilschip dat in de Turkse wateren cruises verzorgde voor Nederlandse toeristen. ‘Voor mijn documentatie vertrok ik voor enige dagen naar Turkije om het schip en de kustlijn te fotograferen’, vertelt Thijs. ‘Op de laatste avond kwam ik aan boord, waar ik aan de praat raakte met Sylvia. Omdat het in de hutten erg warm was, had ik wel zin in een wandeling. Toen heb ik haar gevraagd of ze zin had mee te gaan. We dronken ergens een wijntje, liepen over de kade bij volle maan. Het voelde alsof we elkaar al tien, twintig jaar kenden.’
Met een intens gelukkige blik in zijn ogen vervolgt hij: ‘Vanaf dat moment is ons leven totaal veranderd. Tien jaar later heeft de kapitein van dat zeilschip ons getrouwd.’ Zichtbaar geëmotioneerd voegt hij eraan toe: ‘Zij is mijn steun en toeverlaat.’ Ja, ook wat betreft zijn werk. Vele jaren verzorgde zij niet alleen de catering bij de maandelijkse redactievergaderingen van Luchtvaartwereld, ook corrigeerde zij waar nodig de aangeleverde artikelen. Dat varieerde van foutieve vervoegingen met d’s en t’s tot de keuze voor ander woordgebruik. Bijvoorbeeld vliegtuigstoel in plaats van vliegtuigzetel.
Gymnastiek
Met toestemming van Fokker heeft de bevlogen luchtvaartliefhebber destijds het hele fotoarchief mogen reproduceren. ‘Gelukkig maar, want na het faillissement is er zoveel gerauscht dat het helemaal uit elkaar viel’, stelt Thijs. Op de eerste etage van de woning waar het gelukkige stel is gehuisvest, bevindt zich een gigantisch archief dat uit veel meer bestaat dan die reproducties. Naar aanleiding van de vraag om de Fokker 70 erin op te zoeken, legt hij uit: ‘Ik heb een op landen gebaseerd alfabet. Dus Australië, België, Canada. Fokker is een Nederlands product.’
Hij zet enkele stappen richting de archiefladen behorend bij Nederland en trekt er een open. ‘Hier heb je Fokker. Alles over Fokker C, Fokker D, Fokker E, Fokker F. Kijk, hier heb je alle folders en informatie over de Fokker 70 die ik uit allerlei internationale bladen heb gehaald. Gaan we nu door naar beeld, negatieven en kleurdia’s. Op dezelfde manier ingedeeld.’ Hiervoor moet Thijs diep door de knieën of zich helemaal uitrekken. ‘Dat is mijn gymnastiek’, lacht hij. ‘Welke Fokker 70 wil je? Oké, de PH-KBX. Hier, hebben. Hoe ik aan al dat beeld kom? Geruild, gekregen, gekocht en zelf gefotografeerd.’ Hij stopt de foto’s terug, schuift het laatje dicht. ‘Maar we zijn er nog niet.’
Nu loopt hij naar een andere kamer waar zijn computer staat. ‘Kijken we hier nog even verder’, zegt hij terwijl hij het apparaat uit de slaapstand haalt. ‘Alles ook hier weer gerangschikt op dezelfde manier.’ Informatie over luchtvaartmaatschappijen, luchthavens, fabrieken, squadrons, de marineluchtvaartdienst, luchtvaartmensen, you name it, is ook allemaal op dezelfde wijze gerangschikt per land. Verder zijn er nog boeken, boeken en nog eens boeken, duizenden. Allemaal over luchtvaart.

Zo authentiek mogelijk
Schilderen doet hij ook boven. Op een bureaublad ligt een gouache in wording. ‘Aan de hand van foto’s, boeken en tijdschriften uit mijn archief begin ik heel dunnetjes met een potloodschets’, legt de kunstenaar uit. ‘Ik gebruik heel zwaar aquarelpapier, achthonderd gram. Heb ik de schets goed bevonden, dan detailleer ik hem en maak ik de definitieve potloodtekening van het vliegtuig. Daarna ga ik hem inkrassen, ingraveren. Vervolgens snijd ik een masker van zelfklevend doorzichtig folie om de afbeelding van het vliegtuig te beschermen. Alle kleuren die ik ga gebruiken staan al aangemaakt klaar als ik met een grote grove kwast het papier kletsnat maak in de basiskleuren. Is het eenmaal goed ingekleurd dan schilder ik met een grove kwast de basis, waarbij ik er steeds een ander kleurtje uitpik. De basis moet in vijf minuten klaar zijn.’
‘Nadat het geheel gedroogd is span ik het op en begin ik met het detailleren van de achtergrond. Is dat helemaal klaar dan trek ik het masker eraf en zet ik de kleuren van het vliegtuig er in grote lijnen in. Is dat eenmaal droog dan ga ik detailleren. Ik gebruik ontzettend veel documentatie. Als ik een gouache maak van een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog, zoek ik uit wat voor weer het was op die specifieke dag, hoe die omgeving er toen uitzag, wat voor kleren mensen in die tijd droegen. Ik maak het zo authentiek mogelijk.’ Met een niet al te ingewikkelde gouache van een vliegtuig dat hij al vaker geschilderd heeft, is Thijs zo’n veertig uur bezig. Betreft het een ingewikkelder schilderij waarvoor hij veel voorwerk moet doen, kan dat oplopen tot zestig á tachtig uur. ‘Goed fotomateriaal en documentatie haal ik uit mijn eigen archief’, zegt hij.
Dikwijls nagedacht
Het laat zich raden dat er binnen de luchtvaartwereld meermaals exposities hebben plaatsgevonden van Thijs’ veelomvattende oeuvre. Ook de muren van de woning van het stel zijn rijkelijk voorzien van zijn schitterende gouaches. Het besef dat beiden het grootste deel van hun leven erop hebben zitten, is duidelijk aanwezig. Thijs: ‘Over de vraag wat er met mijn archief moet gebeuren als ik er niet meer ben, heb ik dikwijls nagedacht. Een antwoord was er niet zomaar. Mijn vier zoons delen mijn passie voor de luchtvaart niet. Met de voorzitter van het CRASH Luchtoorlog- en Verzetsmuseum ’40-’45 en een paar goede vrienden, wordt nu nagedacht over een stichting om dit internationale archief in onder te brengen, zodat deze unieke collectie voor de toekomst bewaard blijft in eigen land.’
Dan laat ik alles vallen
Voor zo’n groot levenswerk als dat Thijs tot stand heeft gebracht, moet je wel een beetje een workaholic zijn. ‘Een beetje autistisch ook’, lacht hij. ‘Toen ik nog een stuk jonger was begon ik rond een uur of negen en ging ik door tot zo’n uur of elf, twaalf ’s avonds. Ja, tussendoor wel een theetje, eten en ad hoc een wandeling. Nu doe ik ’s middags wel even een slaapje. Ik werk ook minder lang door. Is het donker dan scan ik en werk ik aan het archief. Is het een lichte dag dan schilder ik. En tussen alles door schrijf ik dus ook nog. Maar op een onverwachts mooie dag laat ik alles vallen. Dan gaan we bijvoorbeeld naar leuke plaatsjes, zoals De Boshut in de Duinen of naar het oude dorp van Wassenaar, wandelen, uit eten. Zo’n onverwachts mooie dag is van ons, dat is voor ons de rustdag.’
Nu te bestellen: Transavia's Retro A321neo!🤩
Pre-order nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!




























Uddel
MBO