Het blijft onrustig tussen de partners die samen werken aan het Future Combat Air System (FCAS). Het vertrouwen blijft dalen en intussen lijkt het straaljager-programma met Airbus en Dassault ten dode opgeschreven.
Eric Trappier, topman van Dassault Aviation, heeft het Frans-Duits-Spaanse gevechtsvliegtuigproject FCAS op scherp gezet. Volgens hem is het programma in zijn huidige vorm ‘dood’ als Airbus niet terugkomt op wat hij omschrijft als een weigering om echt samen te werken. De uitspraken zijn opnieuw een signaal dat de volgende fase van het circa 100 miljard euro kostende project, dat in 2017 door Emmanuel Macron en Angela Merkel werd gelanceerd, dicht bij instorten staat door rivaliteit tussen de twee luchtvaartgroepen.
‘Airbus wil niet met Dassault werken, punt’, zei Trappier. Airbus wilde niet inhoudelijk reageren en verwees naar eerdere verklaringen. Trappier wees daarnaast naar recente Duitse geluiden van vakbond IG Metall en lobbyclub BDLI, die in een opiniestuk waarschuwden voor Duitse ‘industrieel zelfverraad’.
Alternatief toestel?
De kern van het conflict is de leiding over het belangrijkste onderdeel: het bemande gevechtsvliegtuig binnen een netwerk van drones en een digitale ‘combat cloud’. Dassault wil duidelijke regie, inclusief invloed op leveranciers, terwijl Airbus volgens Trappier aanstuurt op wat hij ziet als een log Eurofighter-achtig samenwerkingsmodel. Hoewel hij zegt open te staan voor overleg, schetst Trappier ook een alternatief: een zelfstandig toestel dat, dankzij Dassaults trackrecord, voor minder dan 50 miljard euro ontwikkeld zou kunnen worden.


Verschillend