Het is eindelijk weer een warme zaterdagochtend in het midden van juli. De ochtend begint als vanouds met een briefing in het clubhuis, waar wij het onder het genot van een kopje koffie en thee gaan hebben over het weer en op welke baan wij zullen gaan staan. De vliegtuigen worden één voor één uit de hangaar gesleept en gereed gemaakt om te kunnen vliegen op wat een memorabele dag lijkt te worden. Vandaag is de dag dat ik voor mijn 10de en 11de keer een zweefstart ga maken. Ik heb al een paar startjes mogen meemaken en ik ben er bijna aan toe om zelf te mogen starten in het leervliegtuig van de club, de DG-1000.
Met een groepje van twaalf personen slepen we de vliegtuigen naar grasbaan 36; de startbaan die wij vandaag gaan gebruiken op vliegveld Hilversum. Zonder enige haast plaatsen wij de bus in positie en de tuinstoelen op het doffe groene gras, terwijl de ochtendzon ons toelacht met haar warme gloed. Vanaf de overkant hoor ik de lierwagen onze kant op rijden; hij komt de lierkabels al brengen. Steeds opnieuw zullen de kabels van de lierwagen naar de startplaats gebracht worden en deze kabels worden afgehaakt om één van de vliegtuigen omhoog te helpen. “Bart, pak je logboekje alvast,” hoor ik één van de instructeurs zeggen. “De volgende die neerkomt is voor ons.” Ik sta op van mijn stoel en loop richting onze startbus, een heerlijk omgebouwd busje dat doet denken aan een ouderwetse ijscowagen maar dan met een rood/wit motief. Binnen maak ik mijn tas open en pak hieruit mijn portemonnee, logboekje, en Ray Ban bril en ik druk mijn fedora wat strakker op mijn hoofd. Terwijl ik naar buiten loop richting de DG-1000 neurie ik Kenny Loggins’ Danger zone, hopend dat het een mooie vlucht gaat worden.

Maar dan sta ik alweer op de grond, de 10de vlucht is helaas te kort. Zes minuten in de lucht was niet wat ik in gedachten had voor deze thermische dag. Wachtend op de quad die mij terugbrengt naar de startplaats, voel ik de warme zachte wind tegen mijn rug. Op de grond staan is ook niet zo erg, denk ik. Het gebrom van de quad verstoort mijn rust terwijl hij steeds dichterbij komt. De bestuurder zet de quad vast aan het vliegtuig en kijkt mijn kant op. Ik til de linkervleugel op en geef de bestuurder het signaal. We rijden op een vrij haastig tempo richting de startplaats; vlucht nummer 11 komt er snel aan. Nu is er sterke thermiek (opstijgende warme luchtbellen die ontstaan door de opwarming van verschillende grondlagen) en ik zie meerdere zweefvliegtuigen door de lucht draaien in de onzichtbare bellen.
Ik geef de instructeur een hand en vraag hoe zwaar hij is. “85 kilo,” zegt de instructeur, “doe maar ongeveer drie units in de staart.” Ik stop er twee units bij en denk dat dit ons goed in balans moet houden. Ik maak de opening dicht met de gewichtsblokken en leg de unitgewichten veilig achter het vliegtuig. Ik open de kap aan de voorkant, doe de oncomfortabele parachute strak om en klim het zweefvliegtuig in. De instructeur doet hetzelfde en gaat achter mij zitten. Na de verschillende checks geef ik de tiploper het signaal. Ik kijk naar het breukstukje, één van de veiligheidsmiddelen die breekt als ik te veel snelheid maak en geef aan dat dit de juiste is. Ik open de ontgrendelhaak met de gele haak op het dashboard en roep “Open!” De lier wordt vastgemaakt aan de onderkant van het zweefvliegtuig wat wordt bevestigd met een luid “Dicht!” Ik laat de ontkoppelhaak weer los en steek mijn duim op naar de tiploper. Het is tijd voor mijn 11de vlucht.

De startbus piept als een gek op haar herkenbare irritante toonhoogte. Ik negeer het en kijk met volle concentratie naar de lierkabel die voor het vliegtuig ligt, Bewoog hij daar nou net? vraag ik me af terwijl de lierkabel steeds strakker komt te staan. “Strak!” hoor ik naast mij van de tiploper. Ik kijk recht vooruit en zie de lier in de verte al hard aan de kabel trekken nog voordat het vliegtuig naar voren versnelt. “Jij hebt hem,” hoor ik van achteren. Met een enorme snelheid trekt de lierwagen het zweefvliegtuig naar zich toe. De afstand tot de grond wordt groter en ik voel dat we opstijgen. “Niet te snel in de klimstand, let op je snelheid!” klinkt het van achteren, terwijl ik wat langzamer de stuurknuppel naar me toe trek. De grond is een heel eind weg als ik “Verkort circuit!” roep, wat bijna letterlijk betekent dat ik op ongeveer op 100 meter hoogte zit.
Enkele seconden later zit ik op 320 meter hoogte en trek ik twee keer aan de ontkoppelhaak. Onmiddellijk schiet het vliegtuig iets te ver omhoog en verlies ik snelheid totdat we richting aarde storten. “Bijdrukken!” roep ik, een paar seconden te laat. “Kleppen nog op de lock!” zeg ik na het checken van de remklephendel. “Snelheid op 110 kilometer per uur, op naar de 90,” luidt mijn laatste check van de BOKS-routine. “Hé Bart, kan ik hem even overnemen?” vraagt de instructeur net nadat ik een bocht in ben gegaan. “Um, sure,” zeg ik, denkend dat ik iets fout deed. “Heb je hem?” vraag ik, en de instructeur bevestigt dit door zijn stuurknuppel te gebruiken waarop ik de mijne loslaat. “Volgens mij hebben we al wat goede termiek te pakken,” zegt de instructeur. Hij vraagt mij of ik al eens naar vliegbasis Soesterberg ben gevlogen, terwijl hij ronddraaiend steeds hoger komt in de thermiekbel. “Nee, nog niet, maar daar kan vast nog wel wat aan gedaan worden toch?” We stijgen nu richting de 600 meter boven het vliegveld en we zijn heerlijk aan het thermieken. “Neem jij hem maar weer over, dan krijg je vandaag je introductie in thermieken,” hoor ik van achteren. Ik neem de stuurknuppel over en ga de thermiekbel weer in.

Het is al bijna een uur geleden sinds het tweepersoons zweefvliegtuig omhoog is gelierd. Op één kilometer hoogte zijn we al bijna terug bij vliegveld Hilversum. Het toestel blijft maar stijgen terwijl ik eigenlijk wel weer een keer zou moeten landen. “We moeten toch echt eens naar de startplaats,” constateert de instructeur die mij al 50 minuten zelf heeft laten vliegen, met de constante waarschuwing dat ik te schuin wil in de bochten, kennelijk een zeldzame kwaliteit onder nieuwe leden. “Bart, heb je zin om een looping te doen?” vraagt hij doodleuk. Even houd ik mijn adem in en slik iets weg wat hij gelukkig niet opmerkt. “Waarom niet,” zeg ik laconiek als de stoere durfal die ik wil zijn. “Ik heb hem,” zegt hij, “klaar, hier gaan we,” en hij zet een duikvlucht recht naar beneden in. De snelheid loopt snel op naar 170 kilometer per uur. Dan trekt de instructeur de stuurknuppel op. Weer houd ik mijn adem even in terwijl de wereld om mij heen begint te draaien. Steeds meer voel ik de g-krachten op mijn lichaam, hun klauwen zwaarder en zwaarder, terwijl de lucht uit mijn longen wordt geperst. We dalen voor mijn met adrenaline gevulde lichaam veel te langzaam verder. De vliegsnelheid eruit halend hoor ik de instructeur vloeken als we weer rechtuit vliegen. “Verdomd, we zitten nog steeds te hoog. Zin in nog een keertje?”
Geschreven door Bart Marcelis
Nu op voorraad: Transavia's Retro A321neo!🤩
Bestel nu in de nieuwe webshop! Let op: limited edition, dus wees er snel bij!


Verschillend