Hoewel de VVD en de PVV wel wat voelen voor de aanschaf van een vliegdekschip, lijkt dat proefballonnetje een kort leven beschoren.
Vorige maand vroeg die eerste politieke partij, met ondersteuning van die tweede, of Nederland er mogelijk (weer) een zou kunnen krijgen, omdat defensie er geld bijkrijgt. Al snel zouden de kosten hiervoor de grootste uitdaging zijn. Volgens Gijs Tuinman, demissionair staatssecretaris van defensie, gaat er ‘een derde tot misschien wel de helft van je hele defensiebudget’ inzitten. Bolder beaamt dat. Hij stelt dat de kosten voor een vliegdekschip niet alleen in de aanschaf zitten, maar ook in de exploitatie.
Extra bescherming
De defensiespecialist zegt dat een vliegdekschip nooit alleen op zichzelf kan en mag varen. Omdat het beschermd moet worden tegen onderzeeboten en raketten, moet een escorte aanwezig zijn. Dit wordt ook wel een carrier strike group genoemd. Een escorte, bestaande uit verdedigings- en bevoorradingsschepen en onderzeeboten. ‘En bovendien: een vliegdekschip is regelmatig in onderhoud, dus één is niks. Je hebt er dus eigenlijk drie nodig’, zegt Bolder in gesprek met BNR.
Niet complementair
Behalve de hoge kosten is de aanschaf volgens de defensiespecialist ook niet complementair aan het huidige defensiepakket. Eerder investeerde Nederland miljarden in F-35’s en deze kunnen niet opstijgen vanaf een vliegdekschip. ‘Dus dan heb je niet alleen andere schepen erbij nodig, maar ook andere vliegtuigen en helikopters. De hele shebang, zoals ze dat noemen’, betoogt hij. In plaats van naar een vliegdekschip te kijken, denkt Bolder dat Nederland het defensiegeld beter in andere zaken kan steken. De verdediging van het NAVO-grondgebied is volgens hem de grootste prioriteit. ‘Daar zet je je vliegtuigen gewoon neer op vliegvelden in Duitsland of Polen bijvoorbeeld.’



Verschillend