Ik vraag aan een fotograaf of er iemand van Bombardier aan boord was. Hij kan het weten, want hij is meegevlogen, vanaf Riga.
“Nee, niet gezien of gehoord. Er was wel een goochelaar.”
Raar.
Eerste commerciële vlucht van een heel nieuw verkeersvliegtuig. Gebeurt eens in de tien jaar. En dan is er niemand bij van de fabrikant. Raar.
De taart wordt aangesneden door een meneer van Baltic, en een meneer van Schiphol. Maf speechje, over ‘writing history together’. Al eens gehoord, zal wel gegoogled zijn. Lintje doorknippen. Stukje voor twee heren. Eentje van de airline en eentje van het vliegveld. Geentje van de fabrikant. Raar.
Raar. Nogal een belangrijk verkeersvliegtuig ook, want we hebben hier wel te maken met het eerste toestel dat de immense markt (een biljoen?) van de ‘drietjes’ van Airbus (1984!) – en Boeing (1965!) concurrentie serieus aan kan doen. En de fabrikant is er niet bij. Raar.
Wat kan het zijn? Zorgen? De fabriek heeft het niet makkelijk. Gekrakeel over subsidies. Dat je aan hun vreten komt, daar zullen ze in Toulouse en Seattle niet blij mee zijn.’. Dan gaan ze Merkel en Obama bellen. En de geared turbofan, die de spectaculaire verbruikscijfers van de CS300 moet gaan waarmaken. Heeft het niet makkelijk onder de vleugels van derden. Iets met warmdraaien, weet niet, niet lekker.
Misschien is er daarom niemand van Bombardier? Te veel problemen thuis? Dan eten wij de taart maar. We krijgen een goody-bag met een houten tulp, en een poster. Geen champagne.
Voor mij zelfs een financieel debakel. Ik heb de uitnodiging weer niet goed gelezen, dus ik krijg een uitrijkaart van de verkeerde parkeergarage. Zeventien euro.
Ach, ìk was er in elk geval wel bij.
Goof Bakker


Verschillend