Ik weet niet wat het is met de Cessna-172. Je doet iets, en er gebeurt iets, maar het verband tussen die twee dingen is niet helemaal duidelijk. Ook gebeurt niet altijd hetzelfde. Zeker niet in twee verschillende exemplaren.
Wat wel prettig is, is dat het altijd goed komt. Landen doet hij zelf, als ù het niet doet. Wip-wap-wobble en u bent weer thuis voor de vliegclub-borrel van vijf uur.
Maar dat is slechts één van de redenen van het succes van deCessna 172. Even belangrijk daarvoor is de Cessna-150: een fantastisch trainingsplatform, al een halve eeuw lang. Ruim twintig jaar uit productie en toch vliegen er in Nederland nog steeds talloze vliegscholen mee. Ze zetten er tegenwoordig zelfs massaal weer hun Rotax(ge)bakjes voor aan de kant. Die zijn prima voor de weekendvlieger, maar voor de dagelijkse moordende opleidingspraktijk veel te kwetsbaar, te fragiel en te onderhoudsgevoelig. In de VS is zelfs een heel opleidingsprogramma rond volledig gerefurbished 150’s opgezet.
Is de Cessna-172 een uitvergrote C-150? De look-and-feel zijn precies hetzelfde, maar het vlieggedrag heel anders. Waar de 150 lekker direct op inputs reageert, lijkt het bij een 172 altijd alsof je met een bezemsteel een spons in een emmer water probeert rond te duwen. Uiterst vaag, to say the least. Maar het comfort is ongekend, het uitzicht ongeëvenaard, en de marketing is machtig. Een family man die op zaterdag zijn PPL gehaald heeft in een Cessna-150 kan op zondag al met vrouw en kinderen in een 172 een hamburger gaan eten twee vliegveldjes verderop. Dat is natuurlijk top!
Daarna moest de arme man van Cessna eigenlijk een C-337 gaan vliegen: de twin zonder de problemen van de twin. Had ook een marketingtopper moeten worden, maar werd een flop. Tot de US-Air Force ‘m ontdekte als uiterst effectief counterinsurgency platform voor Vietnam. Maar da’s weer een heel ander verhaal.
Goof Bakker



Uddel
MBO